Toevoeging en weglating

Toevoeging

Met de vertaaltransformatie ‘toevoeging’ wordt een verschuiving aangeduid die vaak onontkoombaar is. Dat komt doordat een taalgebruiker over het algemeen streeft naar een zekere economie: hij deelt alleen relevante dingen mee. Maar de manier waarop hij vanzelfsprekende schakels kan overslaan is per taal verschillend. Een taal dwingt tot het gebruik of de combinatie van bepaalde woorden.

In Handelingen 1:3 heeft het Grieks ‘gedurende veertig dagen verscheen hij hun en sprak over de dingen betreffende het koninkrijk van God.’ De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) heeft hier ‘gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God’. De vertaling ‘verscheen hij hun’ wekt alleen al door de woordkeuze de associatie van een geestverschijning, terwijl het juist heel belangrijk is dat Jezus als mens van vlees en bloed aan zijn leerlingen verschenen is (zie ook Lucas 24:36-43). Daarom is in de NBV ‘in hun midden’ toegevoegd.

In Haggai 2:9 heeft het Hebreeuws: ‘...en vanaf die plaats zal ik jullie sjalom geven.’ In de NBV is dit deel van het vers vertaald met: ‘en van hieruit zal ik jullie vrede en voorspoed geven.’ De ‘dubbele’ vertaling van sjalom is noodzakelijk omdat beide betekenisaspecten in deze context een rol spelen.

Zie ook de aantekening bij ‘De waakzaamheid in de stad werd verhoogd’ in Rechters 16:2.

Weglating

Een gemotiveerde ‘weglating’ is een vertaaltransformatie die vergelijkbaar is met een gemotiveerde toevoeging. ‘Weglatingen’ en ‘toevoegingen’ kunnen noodzakelijk zijn omdat er structurele verschillen zijn tussen bron- en doeltaal. Ook stellen talen verschillende eisen wat betreft de gedetailleerdheid waarin iets beschreven moet worden.

In Leviticus 19:17 heeft het Hebreeuws letterlijk: ‘Je zult je broeder in je hart niet haten. / Ter verantwoording, je zult je volksgenoot ter verantwoording roepen / en niet zul je schuld opladen vanwege hem.’ In de brontekst verwijzen ‘broeder’ en ‘volksgenoot’ naar dezelfde categorie. In het Nederlands is dat niet zo logisch. Dit is in De Nieuwe Bijbelvertaling opgelost door het gebruik van het woord ‘haatdragend’: ‘Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je’. Bij ‘haatdragend’ hoeft geen object genoemd te worden, maar het vormt wel een mooi contrast met het ‘liefhebben’ uit Leviticus 19:18.