Structuur, context en functie

Macrostructuur

Bij vertalen gaat het niet om het weergeven van losse woorden of zinnen, maar om het vertalen van een tekst in zijn geheel. De context vormt aan de ene kant het uitgangspunt voor het bepalen van de structuur. Aan de andere kant bepaalt de context ook welke betekenis(nuance) van een woord in de vertaling gekozen moet worden.

Daarnaast is de functie van een tekst bepalend voor de toon van de vertaling.

Context

Losse woorden kunnen veel verschillende betekenissen hebben. In woordenboeken worden de verschillende mogelijkheden opgesomd. Maar behalve dat die lijst voor dode talen meestal niet compleet is, kunnen ook niet al die betekenissen in de vertaling worden gebruikt. De vertaler moet een keuze maken. De context van een woord bepaalt welke keuze de juiste is. Vanuit de context wordt duidelijk welke nuance bedoeld is.

Niet alleen de directe context is voor het vertalen van belang. Ook de plaats die de tekst inneemt binnen het grotere geheel – dat is de intertekstuele context – is belangrijk bij het bepalen van de motieven of de hoofdgedachte van de te vertalen tekst.

Naast de directe en intertekstuele context heeft een tekst ook een niet-tekstuele context. Daarmee wordt de sociaal-culturele achtergrond van de tekst bedoeld. Ook die geeft informatie over thema’s, motieven en hoofdgedachte van een tekst.

Structuur

Het geheel van de tekst vormt het uitgangspunt voor het bepalen van de structuur. Die structuur is voor het vertalen van belang, omdat de structuur aangeeft wat inhoudelijk de hoofdgedachte van de tekst is en ook welke stijlvorm de auteur heeft gebruikt om die hoofdgedachte tot uitdrukking te brengen.

Daarnaast geeft de structuur aanwijzingen voor het thema en de motieven in de tekst. Het is van belang die op te sporen, omdat zij ook in de vertaling als thema en motieven herkenbaar moeten zijn. Een structuuranalyse kan dan ook aan het licht brengen of de stijl of woordkeuze de motieven eventueel ondersteunen.

Verder is het voor de helderheid van de vertaling van belang om op grond van de structuur een indeling van de tekst te maken. Welke teksteenheden horen bij elkaar en hoe verhouden zij zich tot elkaar. Op grond hiervan kan bepaald worden welke verbindingswoorden er gebruikt moeten worden.

Niet alleen de directe context speelt bij het bepalen van de structuur een rol. Er moet ook vastgesteld worden welke plaats een tekst binnen een groter geheel inneemt. Het kan zijn dat het grotere geheel – dat is de intertekstuele context – een ander licht werpt op de hoofdgedachte of motieven uit de te vertalen tekst.

Naast de directe en intertekstuele context heeft een tekst ook een niet-tekstuele context. Daarmee wordt de sociaal-culturele achtergrond van de tekst bedoeld. Ook die kan informatie geven over de structuur van een tekst.

Functie

Teksten kunnen verschillende functies hebben. Het kan de bedoeling van de tekst zijn om het publiek ergens van te overtuigen, of misschien juist te ontroeren. Sommige teksten zijn emotioneel geladen of willen alleen maar informatie geven. De vraag met welk doel een tekst geschreven is en in welke toon hij is gezet, is een van de eerste vragen die de vertaler van de Nieuwe Bijbelvertaling zich heeft gesteld. Het is namelijk de bedoeling dat de tekst in deze vertaling zoveel mogelijk dezelfde functie heeft als in het origineel. Een tekst die in het origineel bedoeld is om een gehoor te overtuigen, moet ook in de vertaling kunnen overtuigen. De functie bepaalt daarom mede de keuzes die een vertaler op detailniveau moet nemen.