Het geheel van de tekst vormt het uitgangspunt voor het bepalen van de structuur. Die structuur is voor het vertalen van belang, omdat de structuur aangeeft wat inhoudelijk de hoofdgedachte van de tekst is en ook welke stijlvorm de auteur heeft gebruikt om die hoofdgedachte tot uitdrukking te brengen.
Daarnaast geeft de structuur aanwijzingen voor het thema en de motieven in de tekst. Het is van belang die op te sporen, omdat zij ook in de vertaling als thema en motieven herkenbaar moeten zijn. Een structuuranalyse kan dan ook aan het licht brengen of de stijl of woordkeuze de motieven eventueel ondersteunen.
Verder is het voor de helderheid van de vertaling van belang om op grond van de structuur een indeling van de tekst te maken. Welke teksteenheden horen bij elkaar en hoe verhouden zij zich tot elkaar. Op grond hiervan kan bepaald worden welke verbindingswoorden er gebruikt moeten worden.
Niet alleen de directe context speelt bij het bepalen van de structuur een rol. Er moet ook vastgesteld worden welke plaats een tekst binnen een groter geheel inneemt. Het kan zijn dat het grotere geheel – dat is de intertekstuele context – een ander licht werpt op de hoofdgedachte of motieven uit de te vertalen tekst.
Naast de directe en intertekstuele context heeft een tekst ook een niet-tekstuele context. Daarmee wordt de sociaal-culturele achtergrond van de tekst bedoeld. Ook die kan informatie geven over de structuur van een tekst.