Alles heeft zijn tijd

[Pred. 3:1-15]
[3] 1Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
2Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
3Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
4Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
5Er is een tijd om te ontvlammen»
en een tijd om te verkillen»,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren».
6Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
7Er is een tijd om te scheuren»
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
8Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog»
en er is een tijd voor vrede.
9Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? 10Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. 11God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd» gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. 12Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. 13Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 14Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben. 15Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug.
Uit: Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Pred. 3:5] ‘Er is een tijd om te ontvlammen/ en een tijd om te verkillen’
De letterlijke vertaling van ‘eet lehasjliech ’avanim we‘eet kenos ’avanim is: ‘Er is een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen te verzamelen’. Door het cultuurverschil tussen de oudtestamentische wereld en de onze is de betekenis van deze tegenstelling onduidelijk geworden. Daarom moet er gekeken worden naar de context waarbinnen deze tegenstelling staat. Omdat bij de overige verzen steeds twee paren van tegenstellingen een semantische verwantschap vertonen, kan er vanuit worden gegaan dat dat ook in Prediker 3:5 het geval is. De tweede helft van Prediker 3:5 gaat over omhelzen en afweren. De eerste tegenstelling van Prediker 3:5 wordt weergegeven met een beeld dat verwantschap vertoont met de daarop volgende tegenstelling.
In de rabbijnse traditie is ‘stenen’ soms metaforisch opgevat als ‘zaad’. Met het wegwerpen van stenen wordt de geslachtsdaad bedoeld en met het verzamelen van stenen het zich onthouden daarvan. Het is moeilijk in het Nederlands een geschikt alternatief te vinden voor de Hebreeuwse uitdrukkingen dat een zelfde soort metaforische relatie laat zien als ‘stenen’ dat doet voor ‘zaad’. Daarom is gekozen voor het iets ruimer genomen, maar nog steeds beeldende ‘ontvlammen’ en ‘verkillen’.
[Pred. 3:5] ‘af te weren’
De letterlijke vertaling van ‘eet lachavoq we‘eet lirchoq mechabeeq is hier: ‘een tijd om te omhelzen en een tijd om zich te onthouden van het omhelzen’. In het Hebreeuws is ‘het onthouden van het omhelzen’ de tegenstelling van ‘omhelzen’. In het Nederlands kan de tegenstelling goed op een andere manier worden uitgedrukt: een tijd om af te weren. Het ritme van Prediker 3:1-8 blijft met de keuze voor ‘af te weren’ bewaard.
[Pred. 3:7] ‘scheuren’
Het gaat in Prediker 3:7 om rouwen en de tegenstelling daarvan. Het scheuren in de eerste tegenstelling van Prediker 3:7 heeft betrekking op het scheuren van kleding als een teken van rouw. Het herstellen van de kleding markeert de afsluiting van de rouwperiode. Het zwijgen in de tweede tegenstelling in Prediker 3:7 is ook een rouwgebruik.
[Pred. 3:8] ‘oorlog’
In Prediker 3:8b wordt de tegenstelling niet zoals in de rest van het gedicht met werkwoorden beschreven, maar met zelfstandig naamwoorden. Dit vers heeft daardoor het karakter van een afsluiting van het hele gedicht. Het afsluitende karakter wordt in de vertaling bovendien gemarkeerd door in de laatste regel van Prediker 3:8 de woorden ‘er is’ nog eens te herhalen.
[Pred. 3:11] ‘inzicht in de tijd’
Het Hebreeuwse gam èt-ha‘olam natan belibam kan letterlijk vertaald worden met: ‘ook heeft hij de tijdsspanne in hun hart gegeven’. Het woord ‘olam heeft in de eerste plaats betrekking op de waarneembare en concrete cyclus van de tijd, zoals die wordt beschreven in Prediker 3:1-8. Het gaat daarbij om inzicht in het verloop van de tijd. Het hart is hier bedoeld als de zetel van het begrip en het inzicht.