Genre [Marc. 13]
Marcus 13 is een lange redevoering van Jezus. In Marcus is dat vrij uniek – veel stof is verhalende stof. Maar wat nog meer opvalt is dat de passage nauw aansluit bij joodse en christelijke apocalyptische teksten, teksten waarin in verhullend taalgebruik gesproken wordt over de eindtijd. Te denken is bijvoorbeeld aan Daniël en Openbaring. Het is aan de ingewijde lezer om de codes om te zetten en toe te passen op de concrete situatie. Voor de lezers van Marcus heeft die toepassing betrekking op concrete vervolging, de Joodse oorlog (66-70 n.Chr.) en het einde van de tempel in Jeruzalem; zij moeten weten dat met deze rampzalige gebeurtenissen het echte einde nog niet gekomen is en dat dus de komst van de Mensenzoon nog op zich laat wachten. Aan de andere kant kan niemand een uitspraak doen over het tijdstip van het echte einde, ook Jezus zelf niet. Ondertussen staan de leerlingen voor een opdracht: zij moeten getuigen, voor stadhouders en koningen, en ‘aan alle volken’ het evangelie verkondigen. Bij het vervullen van deze opdracht moeten zij echter op ieder moment gereed staan voor de komst van de Mensenzoon.
Voor de vertaling van Marcus is het van belang het enigszins raadselachtige karakter van het apocalyptische genre in de vertaling te bewaren. Tegelijkertijd moet de lezer geholpen worden door de structuur van de tekst goed aan te geven, bijvoorbeeld door het gebruik van signaalwoorden.