Structuur [Gen. 1:1-2:4a]
Het scheppingsverhaal uit Genesis 1:1-2:4a is strak van opbouw. Er zijn voor de indeling twee mogelijkheden. Een eerste indeling kan gemaakt worden op grond van de zeven genummerde dagen, waarin de schepping met behulp van steeds terugkerende formules wordt beschreven. Een tweede indeling kan gemaakt worden op grond van de acht scheppingswerken en de acht scheppingswoorden die steeds op dezelfde manier zijn opgebouwd.
In de vertaling zijn beide structurerende elementen goed zichtbaar gemaakt. De indeling van de alinea’s is gebaseerd op het schema van acht scheppingswoorden. Elke scheppingsdaad krijgt een nieuwe alinea en elke alinea wordt ingeleid met de formule: “God zei: ‘Er moet ... komen’”. Het gevolg hiervan is dat Gods scheppende arbeid van de derde dag over twee alinea’s verdeeld is.
Tegelijkertijd is ook het belangrijke zes-dagenschema in de vertaling herkenbaar gebleven. De ‘genummerde dagen’ staan steeds aan het eind van een alinea en springen daardoor direct in het oog.