Ezechiël
Beeldspraak [Ezech. 37:1-14]
Ezechiël 37:1-14 bestaat uit twee verschillende metaforen voor de toestand waarin het volk verkeert. In Ezechiël 37:1-10 ziet de profeet het dal met de uitgedroogde doodsbeenderen en in 37:12-14 staat het beeld van de opening van de graven centraal. Het zijn beelden van dood die contrasteren met het nieuwe leven dat door de geest, de adem van God, wordt gegeven. Het tweede beeld kan ook opgevat worden als een vorm van uitleg van het eerste beeld. De overgang tussen beide delen wordt gevormd door Ezechiël 37:11. Ezechiël 37:11 heeft een dubbele functie: enerzijds wijst het als verklaring terug naar het eerste beeld uit 37:1-10, anderzijds is het een inleiding op het goddelijk antwoord in 37:12-14 op de uitspraak die het volk doet.