Deuteronomium 11:18-32
Tekst & toelichting
Algemene toelichting
Thematiek [Deut. 10:12-11:32]
In Deuteronomium 10:12-11:32 gaat het vooral om de motieven om de HEER te dienen en zijn geboden te bewaren. Het begin (Deuteronomium 10:12-11:9) sluit aan bij de geschiedenis van de woestijntijd: Gods liefde voor Israël moet hen brengen tot wederliefde, waarbij zijn machtige optreden tegen zijn tegenstanders een verdere aansporing behelst. God heeft vrije beschikking over de beloning, omdat de voorspoed in Kanaän geheel in Gods hand ligt (Deuteronomium 11:10-12). Israël moet goed beseffen dat God gehoorzaamheid beantwoordt met voorspoed, en dat afgodendienst zal leiden tot armoede en verlies van het beloofde land (Deuteronomium 11:13-25).
Het laatste gedeelte van deze aansporing als inleiding op de wetten verbindt aan gehoorzaamheid zegen en aan ongehoorzaamheid vloek (Deuteronomium 11:26-28). Zegen en vloek moeten bij aankomst in het beloofde land ceremonieel afgekondigd worden tijdens een ritueel op de Ebal en de Gerizim (Deuteronomium 11:29-32).
De terminologie in Deuteronomium 11:18-20 loopt parallel aan die in 6:6-9.