Vermenging van goden en mensen

[Gen. 6:1-4]
[6] 1Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. 2De zonen van de goden» zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. 3Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven. 4In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden» gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.
Uit: Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Gen. 6:2] ‘De zonen van de goden’
[Gen. 6:4] ‘de zonen van de goden’
In het Hebreeuws staat er benee ha-’èlohim. Dat wordt op verschillende manieren vertaald: ‘Gods zonen’ (Statenvertaling), ‘zonen Gods’ (NBG-vertaling 1951), ‘zonen van God’ (Willibrordvertaling), ‘godenzonen’ (Groot Nieuws Bijbel) en ‘zonen van de goden’ (de Nieuwe Bijbelvertaling). Bij deze verschillen speelt mee dat het Hebreeuwse woord ’èlohim zowel ‘God’ als ‘goden’ kan betekenen. Er zijn verschillende interpretaties van deze passage gegeven. Vroeger zag men deze ‘zonen van God’ vaak als mensen (afstammelingen van Seth of nakomelingen van de gelovige voorouders) of als engelen. Tegenwoordig geven de meeste bijbeluitleggers een andere verklaring. Met deze ‘zonen’ werden ooit wezens aangeduid die tot de wereld van de goden behoorden. Men zou benee ha-’èlohim met ‘goden’ kunnen vertalen. Maar omdat in Genesis 6:2 en 6:4 sprake is van de ‘dochters van de mensen’ is de voorkeur gegeven aan de parallelle constructie ‘zonen van de goden’.