| Vers |
Oud |
Nieuw |
| Gen. 22:13 |
een ram |
een ram
[Noot:]
(22:13) een ram – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen. MT: ‘achter [zich] een ram’.
|
| Gen. 26:11 |
met ook maar één |
ook maar met één |
| Ex. 16:15 [noot] |
tussen ‘Wat (Hebreeuws: man) is dat?’ en ‘manna’ (Hebreeuws: man) in 16:31 |
tussen man, ‘Wat’, in dit vers en man, ‘manna’, in 16:31 |
| Ex. 32:1 [noot] |
Maak een god – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Maak goden’. |
Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Maak goden voor ons die voor ons uit kunnen gaan’. |
| Ex. 32:23 |
Maak een god voor ons die ons kan leiden, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft gehaald
[Noot:]
(32:23) Maak een god – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Maak goden’.
|
Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid
[Noot:]
(32:23) Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Maak goden voor ons die voor ons uit kunnen gaan’.
|
| Ex. 38:26 |
volgens het ijkgewicht |
volgens het ijkgewicht van het heiligdom |
| Num. 32:34 |
Jogbeha |
Jogboha |
| Deut. 2:4 |
de Seïr |
Seïr |
| Deut. 2:8 |
de Seïr |
Seïr |
| Deut. 2:12 |
de Seïr |
Seïr |
| Deut. 2:22 |
de Seïr |
Seïr |
| Deut. 2:29 |
de Seïr |
Seïr |
| Deut. 6:5 |
de HEER lief |
de HEER, uw God, lief |
| Deut. 33:2 |
van de Seïr |
vanuit Seïr |
| Deut. 33:17 |
het zijn de duizenden van Efraïm, de tienduizenden van Manasse |
het zijn Efraïms tienduizenden en de duizenden van Manasse |
| Deut. 34:9 |
vervuld was met |
vervuld was van |
| Joz. 7:17 |
familiehoofden |
familiehoofden
[Noot:]
(7:17) familiehoofden – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen. MT: ‘mannen’.
|
| Joz. 13:12 |
uitgeroeid |
verdreven |
| Joz. 13:13 |
roeide de Gesurieten en de Maächatieten niet uit |
verdreef de Gesurieten en de Maächatieten niet |
| Joz. 15:23 |
Hasor |
Chasor |
| Joz. 15:25 |
Hasor |
Chasor |
| Joz. 15:28 [noot] |
MT: ‘de steden’. |
MT: ‘en Bizjotja’. |
| Joz. 19:29 [noot] |
Volgens de Septuaginta (lezing van handschrift B). |
Voorgestelde lezing ondersteund door de Septuaginta. |
| Joz. 21:35 [noot] |
stam van Ruben |
stam Ruben |
| Joz. 23:5 |
verdrijven en uitroeien. Dan kunt u hun land |
uit hun land verdrijven. Dan kunt u het |
| Joz. 23:9 |
roeide grote en machtige volken voor u uit |
verdreef grote en machtige volken voor u |
| Joz. 23:12-13 |
voor u uitroeien |
voor u verdrijven |
| Recht. 8:11 |
Jogbeha |
Jogboha |
| Recht. 8:32 |
stierf op hoge leeftijd |
stierf in gezegende ouderdom |
| Recht. 16:28 |
minstens een |
minstens één |
| 1 Sam. 2:8 |
De zwakke en de arme helpt hij overeind, hij haalt hen uit het stof en uit het slijk Tussen de edelen zet hij hen neer, |
Hij verheft uit het stof wie berooid is, uit het vuil tilt hij op wie alles ontbeert. Hij laat hen wonen bij hooggeplaatsten, |
| 1 Sam. 9:8 |
zilverstukje |
stukje zilver |
| 1 Sam. 14:21 [noot] |
Zelfs [...] bedachten zich – Volgens de oudste vertalingen. MT: ‘rondom, en ook zij’. |
Zelfs de Hebreeën [...] bedachten zich en – Volgens de oudste vertalingen. MT: ‘En de Hebreeën [...] rondom, ook zij’. |
| 2 Sam. 7:23 |
dat u hebt bevrijd |
dat u uit Egypte hebt bevrijd |
| 2 Sam. 14:1 |
opperbevelhebber Joab |
Joab, de zoon van Seruja, |
| 2 Sam. 18:11 |
tien zilverstukken |
tien sjekel zilver |
| 2 Sam. 18:12 |
duizend zilverstukken in mijn hand uittellen |
duizend sjekel zilver in mijn hand uitwegen |
| 1 Kon. 1:16 |
neeg en knielde voor de koning |
knielde voor de koning neer en boog diep voorover |
| 1 Kon. 1:19 |
Joab, de zoon van Seruja |
opperbevelhebber Joab |
| 1 Kon. 1:31 |
neeg, |
knielde neer, |
| 2 Kon. 20:5 |
koning |
vorst |
| 2 Kon. 22:15 |
naar mij heeft toegestuurd |
naar mij toe gestuurd heeft |
| 2 Kon. 23:33 |
Hamat |
het gebied van Hamat |
| 1 Kron. 2:44 |
Jorkeam |
Jorkoam |
| 1 Kron. 15:13 |
de HEER
|
de HEER, onze God, |
| 1 Kron. 17:21 |
dat u hebt bevrijd |
dat u uit Egypte hebt bevrijd |
| 1 Kron. 21:2 |
van Dan tot Berseba |
van Berseba tot Dan |
| 1 Kron. 24:23 |
en Benai
[Noot:]
(24:23) en Benai – Voorgestelde lezing. MT: ‘en mijn zonen’.
|
en Benai |
| 1 Kron. 29:28 |
Toen hij stierf, had hij een eerbiedwaardige ouderdom bereikt en veel roem en rijkdom vergaard |
Hij stierf in gezegende ouderdom, na een lang leven waarin hij veel roem en rijkdom had vergaard |
| 2 Kron. 26:18 |
bij de HEER niet |
bij God, de HEER, niet |
| 2 Kron. 34:23 |
naar mij heeft toegestuurd |
naar mij toe gestuurd heeft |
| Neh. 11:33 |
Hasor |
Chasor |
| Neh. 13:13 |
met het toezicht op de voorraadkamers,
[Noot:]
(13:13) Ik belastte [...] met het toezicht op – Volgens de oudste vertalingen. MT: ‘Ik liet [...] bevoorraden’.
|
met het toezicht op de voorraadkamers,
[Noot:]
(13:13) Ik belastte [...] met het toezicht op de voorraadkamers – Volgens de oudste vertalingen. MT: ‘Ik liet [...] de voorraadkamers bevoorraden’.
|
| Job 13:3 |
God, de Ontzagwekkende, |
de Ontzagwekkende, |
| Job 34:12 |
de Almachtige |
de Ontzagwekkende |
| Ps. 9:17 |
higgajon |
higgajon
[Noot:]
(9:17) higgajon – Muzikale term waarvan de betekenis onzeker is.
|
| Ps. 19:15 |
mijn verlosser |
mijn bevrijder |
| Ps. 20:10 [noot] |
(20:10) HEER, schenk de koning de overwinning,/ antwoord ons – Volgens de Septuaginta en de Targoem. MT: ‘HEER, schenk de overwinning!/ De koning antwoordt ons’. |
(20:10) HEER, schenk de koning de overwinning,/ antwoord ons wanneer wij u aanroepen – Volgens de Septuaginta en de Targoem. MT: ‘HEER, schenk de overwinning! De koning moge ons antwoorden wanneer wij roepen’. |
| Ps. 37:20 [noot] |
wegsmelten als het vet van lammeren bij het rookoffer |
als het vet van lammeren, verdwijnen in rook |
| Ps. 60:2 |
Arameeërs uit het Tweestromenland en uit Soba |
Arameeërs uit Naharaïm en Soba |
| Ps. 68:5 [noot] |
door de wolken |
op de wolken |
| Ps. 68:24 |
met hun tong zullen jullie honden ervan likken |
jullie honden likken het op met hun tong |
| Ps. 68:31 [noot] |
MT: ‘wie zich onderwerpen met zilverstukken’ |
MT (betekenis van het Hebreeuws onzeker): ‘wie zich onderwerpen met stukken zilver’ |
| Ps. 104:26 [noot] |
om er te spelen |
er te spelen |
| Ps. 104:27 |
brood |
voedsel |
| Ps. 145:15 |
brood |
voedsel |
| Spr. 21:8 |
Een vreemdeling |
Een bedrieger |
| Hoogl. 8:11 |
duizend zilverstukken |
duizend sjekel zilver |
| Hoogl. 8:12 |
duizend zilverstukken zijn |
duizend sjekel zilver is |
| Jes. 1:4 |
vol ongerechtigheid |
met schuld beladen |
| Jes. 1:24 |
zo spreekt de HEER van de hemelse machten |
zo spreekt de Machtige, de HEER van de hemelse machten |
| Jes. 1:31 [noot] |
Volgens een Qumran-handschrift. MT: ‘De sterke’ |
Voorgestelde lezing ondersteund door een Qumran-handschrift. MT: ‘De sterke’. |
| Jes. 3:10 [noot] |
Volgens de Septuaginta. MT: ‘Zeg van de rechtvaardige’. |
Voorgestelde lezing. MT: ‘Zeg van de rechtvaardige’. |
| Jes. 7:23 |
duizend zilverstukken |
duizend sjekel zilver |
| Jes. 9:16 [noot] |
Volgens de Septuaginta. MT: ‘Daarom zal de Heer zich niet verheugen over hun jongeren’. |
Volgens een Qumran-handschrift. MT: ‘Daarom zal de Heer zich niet verheugen over hun jongeren’. |
| Jes. 9:19 [noot] |
(9:19) zelfs het vlees van hun verwanten eten zij – Volgens de Targoem. MT: ‘ieder eet het vlees van zijn eigen arm’. |
(9:19) zelfs het vlees van hun verwanten eten zij – Voorgestelde lezing ondersteund door de Targoem. MT: ‘ieder eet het vlees van zijn eigen arm’. |
| Jes. 11:2 |
eerbied voor de |
ontzag voor de |
| Jes. 11:3 |
eerbied voor de |
ontzag voor de |
| Jes. 11:6 |
zullen samen weiden |
zullen samen weiden
[Noot:]
(11:6) zullen samen weiden – Volgens een Qumran-handschrift. MT: ‘en mestvee samen’.
|
| Jes. 21:11 |
de Seïr |
Seïr |
| Jes. 25:2 |
het bolwerk van barbaren is geen stad meer. Nooit zullen ze herbouwd worden. |
het bolwerk van barbaren is geen stad meer, nooit zal ze worden herbouwd. |
| Jes. 30:13 |
deze ongerechtigheid |
dit kwaad |
| Jes. 32:6 |
zijn hart brengt ongerechtigheid voort |
zijn hart brengt slechtheid voort |
| Jes. 33:6 |
eerbied voor de |
ontzag voor de |
| Jes. 35:10 |
Zij die de HEER heeft bevrijd, keren terug. |
Wie door de HEER bevrijd zijn, keren terug. |
| Jes. 38:17 [noot] |
Volgens de Septuaginta. |
Volgens de Vulgata. |
| Jes. 41:19 |
olijf |
olijfwilg |
| Jes. 41:19 |
kamperfoelie |
sneeuwbal |
| Jes. 60:13 |
kamperfoelie |
sneeuwbal |
| Jes. 65:1 [noot] |
roept [...] aan – Volgens een Qumran-handschrift en de oudste vertalingen. MT: ‘dat genoemd wordt’. |
roept dit volk mijn naam niet aan – Volgens een Qumran-handschrift en de oudste vertalingen. MT: ‘wordt dit volk niet bij mijn naam genoemd’. |
| Jer. 39:5 |
Hamat |
het gebied van Hamat |
| Jer. 49:1 |
Volgens sommige oude vertalingen |
Volgens de oudste vertalingen |
| Jer. 49:3 |
Volgens sommige oude vertalingen |
Volgens de oudste vertalingen |
| Jer. 49:30 |
Hasor |
Chasor |
| Jer. 49:33 |
Hasor |
Chasor |
| Jer. 52:9 |
Hamat |
het gebied van Hamat |
| Ezech. 32:32 |
heb ik vervuld van angst |
heb ik vervuld met angst |
| Amos 5:26 [noot] |
je koning Sakkut en je sterrengod Kewan – Deze godennamen luiden in het Hebreeuws sikkoet en kijjoen: de klinkers i en oe zijn die van het Hebreeuwse woord voor ‘gruwel’. |
Sakkut […] Kewan – Voorgestelde lezing. MT: ‘Sikkoet […] Kijjoen’. De klinkers i en oe in deze godennamen zijn die van het Hebreeuwse woord voor ‘gruwel’. |
| Jona 1:16 |
werden vervuld met bang ontzag |
werden vervuld van bang ontzag |
| Nah. 2:1 |
boodschapper |
vreugdebode |
| Judit 2:23 |
Put en Lud |
Libië en Lydië |
| Wijsh. 11:23 |
naar u terugkeren |
tot inkeer komen |
| Wijsh. 12:10 |
naar u terug te keren |
tot inkeer te komen |
| Wijsh. 12:13 |
Alleen u, die zorg draagt voor alle mensen, bent God, er is geen andere. |
Buiten u is er geen god; u draagt zorg voor alle mensen. |
| Wijsh. 12:19 |
naar u kunnen terugkeren |
tot inkeer kunnen komen |
| Toev.Dan. C:1 |
de Pers Cyrus |
Cyrus de Pers |
| Mat. 2:22 |
had opgevolgd |
was opgevolgd |
| Mat. 9:8 |
werden de mensen met ontzag vervuld |
werden de mensen van ontzag vervuld |
| Mat. 26:36 |
olijfgaard |
plek |
| Mat. 28:16 |
naar de berg waar Jezus hen had onderricht |
naar de berg die Jezus hun had genoemd |
| Marc. 1:7 |
riem |
riemen |
| Marc. 2:2 |
hij verkondigde hun de heilsboodschap |
hij verkondigde hun Gods boodschap |
| Marc. 2:14 |
Toen hij langs het meer liep, |
Toen hij verderging |
| Marc. 4:21 |
onder de korenmaat te laten uitdoven |
onder een korenmaat te zetten |
| Marc. 4:33 |
maakte hij hun het goede nieuws bekend |
verkondigde hij hun Gods boodschap |
| Marc. 4:33 |
het konden begrijpen |
die konden begrijpen |
| Marc. 5:29 |
dat ze voorgoed |
dat ze |
| Marc. 6:12 |
maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, |
riepen de mensen op om tot inkeer te komen, |
| Marc. 6:56 |
werd gered en genas |
werd genezen |
| Marc. 14:32 |
olijfgaard |
plek |
| Luc. 1:15 |
vervuld worden met de heilige Geest |
vervuld worden van de heilige Geest |
| Luc. 1:41 |
werd vervuld met de heilige Geest |
werd vervuld van de heilige Geest |
| Luc. 1:67 |
werd vervuld met de heilige Geest |
werd vervuld van de heilige Geest |
| Luc. 2:11 |
voor jullie een redder |
jullie redder |
| Luc. 3:16 |
riem |
riemen |
| Luc. 4:27 |
huidvraat, maar niemand van hen werd gereinigd, behalve de Syriër Naäman. |
huidvraat. Toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman. |
| Luc. 6:29 |
en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. |
en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt, ook je onderkleed niet. |
| Luc. 9:25 |
maar zichzelf verliest of schade toebrengt? |
maar zichzelf verliest of schaadt? |
| Luc. 17:2 |
molensteen om zijn hals |
molensteen om zijn nek |
| Luc. 17:3-4 |
Indien je broeder zondigt, spreek hem dan ernstig toe; en als hij berouw heeft, vergeef hem. 4 En als hij zevenmaal op een dag tegen je zondigt en zevenmaal naar je terugkeert en zegt: “Ik heb berouw,” dan moet je hem vergeven |
Indien een van je broeders of zusters zondigt, spreek die dan ernstig toe; en als ze berouw hebben, vergeef hun. 4 En als ze zevenmaal op een dag tegen je zondigen en zevenmaal naar je terugkeren en zeggen: “Ik heb berouw,” dan moet je hun vergeven |
| Luc. 19:31 [noot] |
De Heer heeft het nodig [...] de eigenaars [...] De Heer heeft het nodig – De Griekse tekst gebruikt voor de woorden ‘(de) Heer’ en ‘(de) eigenaars’ hetzelfde woord, kurios, dat ‘heer, meester, eigenaar’ betekent. |
De Heer [...] de eigenaars [...] De Heer – Er is hier een woordspel tussen de woorden ‘Heer’ en ‘eigenaar’: het Grieks gebruikt voor beide het woord kurios. |
| Luc. 23:44 |
omdat de zon verduisterde |
doordat de zon verduisterde |
| Luc. 24:13 [opschrift] |
Verschijningen en hemelvaart |
Verschijningen; Jezus opgenomen in de hemel |
| Joh. 1:20 |
de messias |
de messias
[Noot:]
(1:20) de messias – Zie de noot bij Matteüs 2:4.
|
| Joh. 1:38 |
u?’ |
u?’
[Noot:]
(1:38b-51) In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 1:39-52.
|
| Joh. 1:41 |
de messias
[Noot:]
(1:41) de messias – Zie de noot bij Matteüs 2:4.
|
de messias |
| Joh. 4:23 |
in Geest en in waarheid |
in geest en in waarheid |
| Joh. 4:24 |
in Geest en in waarheid |
in geest en in waarheid |
| Joh. 4:26 |
Dat ben ik, die met u spreekt. |
Dat ben ik, degene die met u spreekt. |
| Joh. 6:63 |
Geest, en leven |
geest en leven |
| Joh. 8:38 |
wat ik gezien heb bij de Vader |
wat ik gezien heb bij mijn Vader |
| Joh. 19:24 |
mantel |
gewaad |
| Joh. 19:29 |
water met azijn |
zure wijn |
| Joh. 20:13 |
naartoe gebracht hebben |
hebben neergelegd |
| Hand. 3:1 |
middaggebed |
namiddaggebed |
| Hand. 14:25 |
de heilsboodschap |
Gods boodschap |
| Hand. 21:38 |
de woestijn is ingetrokken |
de woestijn in getrokken is |
| Rom. 1:21 |
de eer en dank gebracht die hem toekomen |
de eer en de dank gebracht die hem toekomen |
| Rom. 7:25 |
God zij gedankt, door Jezus Christus |
Dat doet God! Dank aan hem door Jezus Christus |
| Rom. 9:17 |
alleen in leven gelaten |
alleen maar aangesteld |
| Rom. 11:15 |
Als God zich met de wereld heeft verzoend |
Als God de wereld met zich heeft verzoend |
| 1 Kor. 7:15 [noot] |
Bedenk echter dat u [...] u kunt uw vrouw toch redden?
|
Bedenk echter dat u [...] Wie weet, u zou uw man toch kunnen redden? En wie weet, u kunt uw vrouw toch redden?
|
| 1 Kor. 12:13 |
of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn |
of we nu Joden of Grieken zijn |
| 2 Kor. 7:7 |
werd ik met blijdschap vervuld |
werd ik van blijdschap vervuld |
| 2 Kor. 8:12 |
wat u niet heeft, maar van wat u heeft |
wat u niet hebt, maar van wat u hebt |
| 2 Kor. 12:17 |
naar u heb toegestuurd |
naar u toe gestuurd heb |
| Ef. 2:10 |
mogelijk heeft gemaakt |
heeft voorbereid |
| 1 Tes. 3:13 |
met al zijn engelen |
met al de zijnen |
| 1 Tes. 4:17 |
worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet |
op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet |
| 2 Tim. 4:3 |
hen naar de mond praten |
hun naar de mond praten |
| Op. 6:8 |
verlof |
toestemming |
| Op. 21:19 |
lazuursteen |
lazuur |