Wie De Nieuwe Bijbelvertaling openslaat ziet direct verschillen met de NBG-vertaling van 1951 of de Statenvertaling. Genesis 1:9-10 ziet er in de vertaling van 1951 zo uit:
'En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën. En God zag, dat het goed was.'
En in De Nieuwe Bijbelvertaling zo: 'God zei: 'Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.' En zo gebeurde het. Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.'
Ouderwetse werkwoordsvormen als 'zeide' en 'kome' ontbreken in De Nieuwe Bijbelvertaling en als iemand aan het woord is, worden aanhalingstekens om zijn uitspraken geplaatst. Maar sommige lezers valt vooral op dat 'hij' in vers 10 in de NBG-vertaling van 1951 met een hoofdletter is geschreven en in De Nieuwe Bijbelvertaling niet. Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft herhaaldelijk brieven ontvangen van mensen die het van oneerbiedigheid vinden getuigen dat De Nieuwe Bijbelvertaling geen hoofdletters gebruikt voor 'ik' of 'hij', als met die woorden God of Jezus bedoeld is. Ze zijn daar hoofdletters gewend, uit de vertaling van 1951 bijvoorbeeld.
Moderne uitgaven van de Statenvertaling gebruiken, net als Het Boek, dergelijke eerbiedskapitalen niet alleen voor persoonlijke voornaamwoorden die naar God of Jezus verwijzen, maar ook voor bezittelijke, wederkerende, aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden. 1 Timoteüs 2:5-6 geeft dan dit beeld: 'Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Jezus, Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen', terwijl De Nieuwe Bijbelvertaling er zo uitziet: 'Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen'.
In de eerste editie van de Statenvertaling lijkt het hoofdlettergebruik vrij willekeurig. Genesis 1:10 is daar: 'Ende Godt noemde het drooge Aerde ende de vergaderinge der wateren noemde hij Zeen' - geen hoofdletter voor het 'hij' dat naar God verwijst. In Genesis 21:1 ook niet: 'Ende de HEERE besocht Sara gelijck als hij geseydt hadde', maar in Genesis 22:1 wel: 'Ende het geschiedde na deze dingen dat Godt Abraham besoch ; ende Hij seyde tot hem'. Consequent hoofdlettergebruik in de Statenvertaling komt pas later, en het neemt in de loop van de achttiende eeuw sterk toe, tot tenslotte rond 1950 alle voornaamwoorden die naar God of naar Jezus verwijzen met een hoofdletter gedrukt worden.
In de laatste decennia is er in het algemeen een neiging tot grotere soberheid als het om hoofdletters gaat; ook in brieven is het geen gewoonte meer om 'u' met een hoofdletter te schrijven, zoals vroeger wel gebruikelijk was. Het wordt storend gevonden als er in een tekst hoofdletters staan op plaatsen waar je ze niet direct verwacht. En we verwachten ze in het algemeen alleen aan het begin van een zin of bij eigennamen. Bij die tendens naar soberheid sluit De Nieuwe Bijbelvertaling zich aan, net als veel Duitse, Engelse en Franse bijbelvertalingen.
Mensen die eerbiedskapitalen gewend zijn, wijzen er ook wel op dat die helpen bij de interpretatie van de tekst: zonder hoofdletter kun je niet zien of een 'hij' of een 'mijn' naar God verwijst of gewoon naar een persoon in de tekst. Maar de Hebreeuwse en Griekse handschriften waar de bijbelvertalingen op gebaseerd zijn, kennen geen onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. In de brontekst moet uit het verband opgemaakt worden naar wie een voornaamwoord verwijst. En ook in De Nieuwe Bijbelvertaling is in de context steeds duidelijk wie met een voornaamwoord bedoeld wordt. Dat moet ook wel, want hoofdletters kun je wel zien, maar niet horen en ook als er wordt voorgelezen uit de Bijbel moet de tekst duidelijk zijn.
Voor lezers voor wie de hoofdletters getuigen van een juiste omgang met God, zal het gebrek aan hoofdletters een verlies zijn. Het besluit van eerbiedskapitalen af te zien in De Nieuwe Bijbelvertaling is echter niet genomen uit gebrek aan eerbied. De eerbied zit niet in de hoofdletters zelf, het is de lezer die daaraan waarde toekent op grond van bepaalde conventies. Maar die taalconventies liggen niet vast en zijn helemaal niet zo algemeen als men wel denkt. Ze verschillen van tijd tot tijd, van persoon tot persoon, en van streek tot streek. De Nieuwe Bijbelvertaling maakt geen keuze voor de taalregels van een bepaalde groep personen of van een bepaalde streek, maar is daarom niet minder respectvol.
Clazien Verheul is wetenschappelijk vertaalcoördinator neerlandistiek van het Nederlands Bijbelgenootschap
Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column wordt gepubliceerd in het Friesch Dagblad.
|
|
Overzicht van columns |