Versies van de tien geboden [Ex. 20:1-17; Deut. 5:6-21]
Er staan in de bijbel twee versies van de tien geboden, in Exodus 20 en in Deuteronomium 5:6-21. Er zijn kleine verschillen tussen de beide versies, die in de vertaling ook zichtbaar zijn. In Exodus is sprake van het ‘in ere houden’ van de sabbat, in Deuteronomium van ‘in acht nemen’; het sabbatsgebod geldt in Exodus ook voor het vee, in Deuteronomium ook voor runderen, ezels en alle andere dieren. Ook de motivering van het vierde gebod loopt uiteen: Exodus wijst erop dat God op de zevende dag na de schepping rustte, Deuteronomium voert de slavernij in Egypte aan als grond voor een algemene sabbatsrust. Ten slotte verschilt de belofte bij het vijfde gebod: eerbied voor de ouders wordt in Exodus beloond met een lang leven in het beloofde land, in Deuteronomium wordt ook nog voorspoed in het vooruitzicht gesteld.