Naar de overkant van het meer

[Marc. 6:45-56]
45Meteen daarna gelastte hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou hijzelf de menigte wegsturen. 46Nadat hij afscheid van de mensen» had genomen, ging hij de berg op om er te bidden. 47Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en hij was alleen aan land. 48Toen hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep hij tegen het einde van de nacht» over het meer naar hen toe, en hij wilde hen voorbijlopen. 49Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning» was en ze schreeuwden het uit. 50Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’ 51Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht. 52Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers» waren.
53Nadat ze waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan. 54Toen ze uit de boot stapten, werd hij meteen herkend. 55In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat hij daar was. 56Overal waar hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die hem aanraakte, werd genezen».
Uit: Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Marc. 6:46] ‘de mensen’
De NBG-vertaling 1951 heeft hier ‘hen’. Het is echter onduidelijk waarnaar ‘hen’ verwijst (zowel ‘de mensen’ als ‘de leerlingen’ is mogelijk). De meest voor de hand liggende interpretatie lijkt te zijn dat met ‘hen’ verwezen wordt naar de leerlingen, maar die interpretatie is onjuist: de leerlingen waren al weg. Om duidelijk te maken dat Jezus hier afscheid neemt van de mensen, wordt dat geëxpliciteerd.
[Marc. 6:48] ‘tegen het einde van de nacht’
De brontekst heeft: ‘omstreeks de vierde wake van de nacht’. Dit is voor een lezer zonder de benodigde achtergrondkennis niet te begrijpen. De Romeinse indeling van een nacht in vier wakes is daarom omgezet in termen die voor de hedendaagse lezer wel te begrijpen zijn. De vierde nachtwake duurt van drie tot zes uur in de morgen. Er is in de Nieuwe Bijbelvertaling echter niet voor gekozen de antieke tijdrekening om te zetten in moderne klokuren, (zie Vertaalmethode: Broncultuur). Daarom is gekozen voor de vertaling ‘tegen het einde van de nacht’.
[Marc. 6:49] ‘geestverschijning’
De NBG-vertaling 1951 vertaalt hier met ‘spook’. Het Griekse woord fantasma betekent in het algemeen ‘verschijning’, maar kan ook ‘spook’, ‘schim’ of ‘geest’ betekenen. Het woord ‘spook’ roept wellicht onbedoelde associaties op. Vandaar dat de Nieuwe Bijbelvertaling hier kiest voor ‘geestverschijning’.
[Marc. 6:52] ‘hardleers’
De NBG-vertaling 1951 heeft hier, letterlijk vertaald uit de brontekst: ‘hun hart was verhard’. In onze cultuur worden aan het hart allerlei affectieve, emotionele functies toegekend. Het gaat hier echter om het cognitieve inzicht, vandaar dat de Nieuwe Bijbelvertaling hier vertaalt met ‘hardleers’.
[Marc. 6:56] ‘werd genezen’
Aanvankelijk stond hier in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) ‘werd gered en genas’. Die tekst is echter aangepast in de correctieronde van 2006/2007. In het Grieks staat er één woord, esôizonto, van het werkwoord sôizô, dat onder meer betekent ‘behouden’ of ‘redden’. Soms gaat het om een geestelijke redding, of de redding in Gods oordeel in de eindtijd, maar in andere gevallen om een lichamelijke redding van een ziekte. In het Nederlands gebruiken we daarvoor ‘genezen’. Die betekenis van sôizô is ook in Marcus 6:56 van toepassing. Maar in de NBV werd het aanvankelijk ‘dubbel vertaald’ om te laten zien dat in het evangelie volgens Marcus ‘redding’ en ‘genezing’ dicht tegen elkaar aanliggen. Een dergelijke dubbelvertaling van het werkwoord sôizô werd ook voorgesteld voor enkele andere bijbelteksten. Maar meestal haalden ze de definitieve vertaling niet. De dubbelvertaling ‘werd gered en genas’ is eigenlijk een zwaktebod. Vertalen is keuzes maken, bepalen wélk deel van het betekenisveld van een Grieks woord in déze context aan de orde is. In Marcus 6:56 betekent sôizô heel duidelijk ‘genezen van een ziekte’, een lichamelijke genezing. Hetzelfde werkwoord duidt op andere plaatsen een ‘geestelijke redding’ aan. Maar dat is op zichzelf geen reden om het geestelijke betekenisaspect van sôizô in Marcus 6:56 in de vertaling in te voegen. Daarom is in de correctieronde van de NBV (2006/2007) de vertaling geworden ‘werd genezen’.