Jezus gekruisigd en begraven

[Joh. 19:17-42]
Zij voerden Jezus weg; 17hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. 20Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.
23Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad».’ Dat is wat de soldaten deden.
25Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat» is uw zoon,’ 27en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.
28Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29Er stond daar een vat zure wijn»; ze staken er een majoraantak» met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
31Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ 37Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’
38Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. 39Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra». 40Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard», en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.
Uit: Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Joh. 19:24] ‘gewaad’
Aanvankelijk stond hier in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) ‘mantel’. In de correctieronde van de NBV (2006/2007) is dat veranderd in ‘gewaad’. Om deze verandering te begrijpen, moet men kijken naar zowel Johannes 19:23-24 als naar Psalm 22:19. In Psalm 22:19 wordt in de Hebreeuwse tekst gesproken over het verdelen van kleren en het verloten van een mantel. Johannes 19:23-24, dat wordt gepresenteerd als de vervulling van Psalm 22:19, lijkt daar op het eerste gezicht mee in tegenspraak te zijn. Immers, in Johannes 19:23 is het niet een mantel die wordt verloot, maar een onderkleed.
Johannes volgt in het psalmcitaat de Septuaginta (LXX), waar sprake is van himatia, een algemeen Grieks woord voor ‘kleding’ en het iets specifiekere himatismos, wat ‘kledingstuk’ of ‘bovenkleed’, ‘mantel’ betekent. Maar Johannes laat de himatismos, het kledingstuk of de mantel, samenvallen met de chitôn, de ‘tunica’ of het ‘onderkleed’ in Johannes 19:23. In de vertaling zou je dat kunnen laten zien door voor himatismos juist een meer algemene vertaling te kiezen, bijv. ‘kleed’. Stilistisch is dat echter niet fraai: Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn kleed.’
Aanvankelijk koos de NBV ervoor om Johannes 19:24 af te stemmen op Psalm 22:19 en ‘mantel’ te vertalen. Daardoor ontstaat echter een tegenstrijdigheid tussen ‘onderkleed’ en ‘mantel’. Dit doet geen recht aan de bedoeling van de auteur van het evangelie, volgens hem gaat het om hetzelfde kledingstuk.
Met de vertaling ‘gewaad’ is dit probleem opgelost. Deze term is voldoende algemeen om te kunnen samenvallen met het in Johannes 19:23 genoemde onderkleed. Bovendien wordt in Johannes 19:23 gesuggereerd dat het om een kledingstuk van enige waarde ging. De term ‘gewaad’ sluit daar goed bij aan. Het gevolg van deze verandering is, dat Johannes 19:24 een ander woord heeft dan Psalm 22:19, terwijl het duidelijk naar dit vers verwijst. Dat is op zichzelf geen probleem. Zoals gezegd, de auteur van het evangelie citeert niet de Hebreeuwse tekst, maar volgt de tekst van de LXX.
[Joh. 19:26] ‘Dat’
In het Grieks spreekt Jezus, net als in Johannes 2:4, zijn moeder aan met gunai, ‘vrouw’, een uit het Hellenistisch Grieks bekende respectvolle aanspreekvorm voor een moeder. Het is erg moeilijk om dit met een aanspreking te vertalen die dezelfde betekenis en gevoelswaarde heeft. ‘Vrouw’ is in het Nederlands de aanspreking voor een echtgenote, en als het voor een moeder gebruikt wordt klinkt het depreciërend. ‘Mevrouw’ is respectvol maar te afstandelijk en klinkt bovendien erg modern en westers. Ook ‘moeder’ treft in het Nederlands niet de juiste toon. Er is gekozen voor de ‘nul-optie’: de aanspreking is in de vertaling weggelaten.
[Joh. 19:29] ‘zure wijn’
Aanvankelijk stond hier in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) ‘water met azijn’. In de correctieronde van de NBV (2006/2007) is dat veranderd in ‘zure wijn’. Met het Griekse woord oxos werd een drank aangeduid die bestond uit wijn aangelengd met water, of water ter conservering aangezuurd met azijn of wijn. De NBG-vertaling 1951 vertaalt met ‘zure wijn’, de Willibrordvertaling kiest ‘wijn’ en de Groot Nieuws Bijbel ‘water’. De commentatoren zijn het erover eens dat hier een toespeling wordt gemaakt op Psalm 69:22, waar onder meer staat ‘ze lesten mijn dorst met azijn’. Om de verwijzing naar Psalm 69:22 zichtbaar te maken, was aanvankelijk gekozen voor de vertaling ‘water met azijn’.
De drie andere evangeliën vertellen echter ook over de drank die Jezus’ werd aangereikt (Matteüs 27:48, Marcus 15:36 en Lucas 23:36). Ze gebruiken precies hetzelfde Griekse woord. Net als in Johannes gaat het, volgens commentatoren, ook in de andere evangeliën om een toespeling op Psalm 69:22. Maar hier wordt in de NBV steeds vertaald met ‘zure wijn’. Er is geen goede reden om Johannes 19:29 anders te vertalen dan de andere evangeliën.
[Joh. 19:29] ‘majoraantak’
De woorden ezov (OT) en hussôpos (NT) zijn traditioneel met ‘hysop’ vertaald. De plantensoort hysop, hyssopus officinalis, komt in het Midden-Oosten echter niet voor. Het zou gaan om de majorana syriaca, in het Nederlands bekend als ‘majoraan’. Ook in Exodus 12:22 is ‘majoraan’ vertaald. In Johannes wordt een spons aan deze hussôpos bevestigd. Door ‘majoraantak’ te vertalen (en niet slechts ‘majoraan’), wordt voorkomen dat de lezer aan een te klein (keuken)kruid denkt.
[Joh. 19:39] ‘litra’
In sommige vertalingen wordt litra vertaald met ‘pond’, maar het woord duidt een gewicht aan van 327 gram. Bij het omrekenen naar moderne maten en gewichten zou men hier op ruim dertig kilo uitkomen. In de Nieuwe Bijbelvertaling zijn maten en gewichten niet omgezet in moderne equivalenten. Zie ook Vertaalmethode: Broncultuur.
[Joh. 19:41] ‘olijfgaard’
Het Griekse woord kêpos wordt gebruikt voor ‘tuin’, ‘boomgaard’, ‘omheining’. Hier is waarschijnlijk een olijfgaard bedoeld. Omdat ‘tuin’ (Willibrordvertaling) en ‘boomgaard’ al snel aan bloementuinen en appelbomen doen denken, is geëxpliciteerd tot ‘olijfgaard’.