Stijl [Joh.]
Het evangelie volgens Johannes is in eenvoudige taal geschreven: er worden nauwelijks bijzondere woorden gebruikt, er is weinig variatie in de woordkeus en de zinsbouw is ongecompliceerd. Sommigen beschouwen dit eenvoudige taalgebruik als een aanwijzing dat Johannes oorspronkelijk in het Aramees is geschreven. Het lijkt waarschijnlijker dat de tekst wel in het Grieks is geschreven, een Grieks dat gekenmerkt wordt door semitismen.
Toch is de stijl van het evangelie niet simpel. Doordat bepaalde woorden op verschillende niveaus worden gebruikt – in een gewone en een religieuze betekenis – functioneren ze telkens anders. Op diverse plaatsen in het evangelie wordt met dit verschil in betekenisniveau gespeeld, zie Misverstanden [Johannes]. De stijl wordt eveneens gekenmerkt door een hoge mate van metaforiek, waardoor de tekst niet overal makkelijk toegankelijk is. Jezus spreekt over zichzelf als water, brood, deur, wijnstok en duidt met licht en donker, boven en beneden het leven in geloof en het leven in ongeloof aan.
Kenmerkend voor de stijl van dit evangelie is tenslotte de herhaling: woorden, maar ook halve zinnen worden vaak zonder enige variatie herhaald. Met name in de langere monologen van Jezus wordt met ‘twee stappen vooruit, één stap achteruit’ langzaam en nadrukkelijk een uiteenzetting opgebouwd. In de vertaling zijn deze herhalingen zoveel mogelijk bewaard. Ze contrasteren met de levendige vertelwijze in hoofdstukken waarin gebeurtenissen overheersen.