Stijl [Ex. 20:1-17; Deut. 5:6-21]
De tien geboden zijn in algemene termen gesteld. Elders in Deuteronomium en Exodus worden vaak situaties gegeven waarin bepaalde dingen wel of niet gedaan moeten worden. In de decaloog worden absolute grenzen aangegeven voor gedrag. De formulering van de geboden is helder en zakelijk. Maar anders dan in ons wetboek van strafrecht is die helderheid niet gericht op een juridisch waterdichte regeling van zaken. De geboden doen vooral een appèl op de hoorder en de meeste gaan dan ook vergezeld van een motivering of een belofte en niet van juridische sancties. Ook met het gebruik van de directe rede wordt een beroep gedaan op de hoorder of lezer: het is alsof God zelf rechtstreeks de toehoorder persoonlijk aanspreekt. In woordkeuze en zinsconstructie is de formulering van de tien geboden in het Hebreeuws (en dus ook in de vertaling) niet bijzonder opvallend.