Daarvoor is een aantal redenen te noemen. In de eerste plaats was er nog geen nieuwe vertaling die algemeen als kerkbijbel kon functioneren. De Groot Nieuws Bijbel was gemaakt voor gebruik buiten de kerken, en de Willibrordvertaling was een kerkbijbel voor de rooms-katholieke kerk. De vraag naar een bijbelvertaling in hedendaags Nederlands voor kerkelijk gebruik was mede vanwege het verouderde taalgebruik van de NBG-vertaling 1951 wel groot. Aanvankelijk (zelfs vrij kort na verschijning van de NBG 1951) werd gesproken over een herziening van de bestaande vertaling. Aan een herziening kleeft echter een belangrijk nadeel: de keuzemogelijkheden van de vertalers worden beperkt, omdat ze moeten werken binnen het keurslijf van een bestaande en ingeburgerde vertaling. De vraag bood daarom een kans om de andere redenen voor het maken van een nieuwe bijbelvertaling goed uit te kunnen werken. Want in een nieuwe vertaling kunnen ook de nieuwste inzichten in bijbelwetenschap en (ver)taalwetenschap goed tot hun recht komen. Op die manier kan er een vertaling tot stand komen die niet alleen op het niveau van de taal is aangepast aan hedendaagse normen en eisen, maar die ook op andere wetenschappelijke terreinen haar voordeel kan doen met de laatste stand van zaken. De Nieuwe Bijbelvertaling is bovendien een interconfessionele vertaling waarbij meer dan twintig kerken en geloofsgemeenschappen hun bijdrage hebben geleverd. Niet alleen rooms-katholieke en diverse protestantse kerken, maar ook de joodse gemeenschap was bij het vertaalproject betrokken. (Zie ook: Kerkgenootschappen.) Naar boven
Aan de vertaling van De Nieuwe Bijbelvertaling is ruim tien jaar gewerkt. Het werk begon in 1993; in 2003 rondde men het vertaalwerk af en vond de eindredactie van de teksten plaats. Tien jaar lijkt lang, maar die tijd was nodig om een goede vertaling te kunnen waarborgen.
In totaal zijn er 77 boeken vertaald, beoordeeld en geredigeerd. Er is steeds met een strakke planning gewerkt en waar nodig zijn extra vertalers ingezet. Van bijbelboeken, -gedeelten en kernwoorden zijn grondige analyses gemaakt om tot een weloverwogen weergave te kunnen komen. In die ruim tien jaar is dus heel veel werk verzet.
Dat bijbelvertalen geen eenvoudige en daardoor langdurige zaak is, laten ook eerdere vertaalprojecten zien. Zo werd er in de 17e eeuw tien jaar gewerkt aan de Statenvertaling. Aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw begon men met de vertaling van de Groot Nieuws Bijbel. In 1983 verscheen de complete vertaling. En de Nieuwe Vertaling 1951 verscheen veertig jaar nadat de eerste teksten werden vertaald. Naar boven
Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Katholieke Bijbelstichting (KBS) dragen gezamenlijk het vertaalproject. Het NBG heeft de kosten ervan voorgefinancierd uit zijn algemene middelen en uit legaten en erfstellingen die het ontvangt.
De totale kosten voor het vertaalproject, inclusief de eindredactie en de algemene introductiecampagne bedragen ruim 12 miljoen euro. Daarin zijn begrepen de salariskosten van enkele tientallen interne en externe medewerkers, kosten voor ondersteunende middelen als computers en software, kopieerkosten en aanschaf wetenschappelijke literatuur, de kosten van de begeleidende commissies en de kosten die samenhangen met de introductie van De Nieuwe Bijbelvertaling, waaronder de officiële presentatie in Rotterdam (27 oktober 2004) en Antwerpen (29 oktober 2004). De overheid betaalt geen bijdrage aan het vertaalproject.
Naast de betaalde medewerkers is ook een groot aantal deskundigen bij het project betrokken geweest die op vrijwillige basis hun medewerking verleenden, zoals de leden van de Begeleidingscommissie en alle supervisoren en meelezers.
Het NBG en de KBS ontvangen royalty's van de uitgevers. Dit geld wordt bij voorrang gebruikt om de investeringskosten van het vertaalproject, die het NBG heeft voorgefinancierd, terug te verdienen en voor het onderhoud van de vertaling. Royalty-inkomsten vormen overigens maar een klein percentage van de inkomsten van het NBG. De uitgaven voor het vertaalproject hebben geen invloed op de bijdrage van het NBG aan andere projecten, zoals het bijbelwerk in het buitenland. Naar boven
Joodse, rooms-katholieke en protestantse gelovigen lezen niet dezelfde Bijbel. Er zijn verschillen in het aantal bijbelboeken en de volgorde van de boeken. De joodse Bijbel (meestal aangeduid als Tenach of Hebreeuwse Bijbel) kent geen splitsing van bijbelboeken (zoals 1 en 2 Samuel of 1 en 2 Koningen). Bovendien is de volgorde van de boeken anders: de Hebreeuwse Bijbel sluit bijvoorbeeld af met het boek Kronieken. Het Nieuwe Testament en de deuterocanonieke boeken maken geen deel uit van de joodse Bijbel. De christelijke Bijbel bestaat uit twee delen: het Oude en het Nieuwe Testament. De Bijbel begint met Genesis en eindigt met het boek Openbaring. In het protestantse Oude Testament vinden we over het algemeen alleen de boeken van de Hebreeuwse Bijbel, en dus geen deuterocanonieke of apocriefe boeken.
Deze deuterocanonieke boeken komen wel voor in een vertaling van het Oude Testament voor rooms-katholieke gelovigen. Soms worden de deuterocanonieke boeken als een apart deel opgenomen in een editie.
De Nieuwe Bijbelvertaling zal in verschillende edities gepubliceerd worden: zonder deuterocanonieke boeken, met deze boeken in een apart deel, en met deze boeken geïntegreerd in het Oude Testament. Naar boven
De canon van het Oude Testament is niet in elke (christelijke) traditie dezelfde. Zo kent bijvoorbeeld het katholieke Oude Testament meer boeken dan het tegenwoordige protestantse Oude Testament. Protestanten volgen over het algemeen de canon van de Hebreeuwse Bijbel, die ook door joden wordt gebruikt, zij het dat de protestanten de boeken in een andere volgorde zetten. De boeken die wel in het katholieke Oude Testament te vinden zijn, en niet in de Hebreeuwse Bijbel, worden door protestanten vaak apocrief ('verborgen') genoemd, omdat de goddelijke boodschap er niet direct in te vinden zou zijn. Katholieken noemen ze deuterocanoniek, 'in tweede instantie aan de canon toegevoegd', dat wil zeggen: ze horen wel bij het Oude Testament, maar ze zijn niet in de Hebreeuwse canon te vinden. De deuterocanonieke boeken zijn geschreven in de tweede en de eerste eeuw voor Christus en zijn alleen in het Grieks compleet overgeleverd, via de Septuaginta, de oudste Griekse vertaling van het Oude Testament. Omdat veel joden in en buiten Palestina destijds geen Hebreeuws kenden, werd de Septuaginta door velen gebruikt en als gezaghebbend gezien.
De Nieuwe Bijbelvertaling is een interconfessioneel project; de deuterocanonieke boeken zijn van belang voor rooms-katholieke, oud-katholieke en evangelisch-lutherse gelovigen en zijn dus meegenomen in de vertaling. Er zullen echter ook edities verschijnen waarin deze boeken niet zijn opgenomen. Er bestaan ook apocriefe boeken van het Nieuwe Testament; die worden echter door weinig christenen als canoniek beschouwd en zijn niet meegenomen in het project. Naar boven
Omdat deze boeken over het algemeen niet tot de Bijbel gerekend worden; De Nieuwe Bijbelvertaling is een vertaling van boeken die wél tot de Bijbel behoren. Allereerst zijn dat de 39 boeken uit de Hebreeuwse bijbel (het Oude Testament) en de 27 boeken uit het Griekse Nieuwe Testament. In sommige kerkelijke tradities wordt een aantal extra Joodse boeken tot het Oude Testament gerekend (de zogenaamde deuterocanonieke of apocriefe boeken). Het aantal daarvan verschilt.
In sommige edities van De Nieuwe Bijbelvertaling zijn er 11 opgenomen, namelijk de 11 die in een aantal Nederlandse en Vlaamse kerkgenootschappen als deel van het Oude Testament gelden (voor meer informatie hierover, zie de vraag over deuterocanonieke of apocriefe boeken). Er waren natuurlijk nog veel meer Joodse geschriften – een aantal is bijvoorbeeld teruggevonden in Qumran, temidden van de zogenaamde Dode-Zee-rollen. Maar deze boeken hebben in Nederland en Vlaanderen geen canoniek gezag. In sommige kerken, bijvoorbeeld de Ethiopische, horen ook boeken als 1 Henoch (dat in de nieuwtestamentische brief van Judas word geciteerd) tot de oudtestamentische canon..
Ook het Nieuwe Testament is uiteindelijk een selectie van 27 boeken uit een grote hoeveelheid christelijke geschriften die in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling ontstonden. Deze selectie werd overigens al vrij snel gemaakt (in de tweede eeuw n. Chr. lag de canon min of meer vast, al was er nog veel discussie over sommige boeken). Een aantal vrij oude geschriften is niet in de canon opgenomen, bijvoorbeeld Het evangelie volgens Tomas, de Didache, de Herder van Hermas, 1 Clemens.
Maar er zijn veel meer vroeg-christelijke geschriften. Er zijn 'afscheidsredes' (ook wel 'testamenten' genoemd), zoals de Testamenten van de twaalf patriarchen, er zijn vertellingen, zoals Het leven van Adam en Eva. Er zijn ook buitenbijbelse evangeliën, zoals Het evangelie volgens Petrus, Het evangelie volgens Nicodemus etc. Er is ook heel wat vroeg-christelijke gnostische literatuur teruggevonden in Egypte (de Nag-Hammadi geschriften).
Niet alle vroeg-christelijke boeken zijn compleet bewaard gebleven, en niet allemaal kun je ze aanduiden als 'apocriefen' van het Nieuwe Testament. De grens is vloeiend. Veel van deze boeken zijn in een Nederlandse vertaling beschikbaar, maar het voert te ver ze hier allemaal op te sommen. Wie ze leest, zal snel zien dat ze bijna allemaal literair afhankelijk zijn de boeken die wel in de nieuwtestamentische canon opgenomen zijn (dat wil zeggen: de schrijvers ervan hebben nieuwtestamentische boeken gekend). In ieder geval is er een duidelijk verschil tussen de oudtestamentische deuterocanonieke boeken (die hebben canoniek gezag in sommige kerken) en de nieuwtestamentische apocriefen (die hebben geen canoniek gezag). Naar boven
Dit is taalgebruik dat overeenkomt met de Nederlandse grammatica en conventies, dus met wat in het Nederlands voorgeschreven of gebruikelijk is. Natuurlijk Nederlands is niet hetzelfde als eenvoudig Nederlands: de brontalen bieden soms gemakkelijke, soms complexe taalconstructies aan en dat ziet men ook terug in de vertaling. Een kinderbijbel is een voorbeeld van een bijbel in eenvoudig Nederlands. Naar boven
Een bijzonder vertaalprobleem is de weergave van JHWH, de naam van de God van Israël die in de Hebreeuwse tekst zeer vaak voorkomt. In het algemeen wordt aangenomen dat de bij deze medeklinkers behorende klinkers 'a' en 'e' waren: Jahwe. Er zijn aanwijzingen dat al in het vroege jodendom deze naam van God niet uitgesproken werd, maar bij het voorlezen vervangen door het woord 'Adonai', 'Heer'. Tot op heden is 'Heer' naast 'Eeuwige' in bijbelvertalingen de meest gekozen aanduiding van deze naam van God. Voor veel mensen is 'Heer' ook als naam gaan functioneren.
De weergave van de godsnaam in De Nieuwe Bijbelvertaling is lange tijd een punt van discussie geweest. Tegen de vertaling met 'Heer' is ingebracht dat die een uitsluitend mannelijke godsvoorstelling versterkt en dat 'Heer' feitelijk geen eigennaam is. Aan alternatieven bleken ook bezwaren te kleven: 'JHWH' kan zonder klinkers niet gelezen worden, 'Eeuwige' en andere bijvoeglijke naamwoorden zijn geen eigennamen en zijn niet erg gebruikelijk in het christendom, wat ook geldt voor werkwoordelijke vervangingen als 'Ik-ben-er'. Uiteindelijk is gekozen voor aansluiting bij de traditie. JHWH wordt weergegeven met 'HEER', in een lay-out die duidelijk maakt dat in de Hebreeuwse tekst de godsnaam gebruikt is. Waar 'Heer' in gewone letters voorkomt, is het geen weergave van de godsnaam. In plaats van HEER kan ook een alternatief gelezen worden, bijvoorbeeld Eeuwige, Aanwezige, De Naam, He(e)re, God, Onnoembare, Enige, Levende.
In de uitgaven is een leeswijzer toegevoegd waarop een lijst met alternatieven staat. Naar boven
In moderne bijbelvertalingen wordt uitgegaan van de nieuwste stand van zaken van de wetenschap. Dat betekent onder meer dat gebruikgemaakt wordt van de recentste wetenschappelijke edities van de bronteksten. In de vertaling wordt de hoofdstuk- en versnummering aangehouden die in deze nieuwste brontekstedities staat. Dit betekent wel dat er soms verschillen optreden met oudere bijbelvertalingen, die op oudere brontekstedities gebaseerd waren.
Achter in de (meeste) uitgaven van De Nieuwe Bijbelvertaling vindt u daarom een lijst met 'anders genummerde verzen'. Hier vindt u alle plaatsen waar zich een andere versnummering voordoet. De alternatieve nummering wordt daarnaast van geval tot geval aangegeven in een voetnoot bij de tekst. Naar boven
Aan het besluit om het boek Rechters zijn naam te geven, is een intensieve discussie voorafgegaan.
Het vertaalteam van dit bijbelboek wilde graag het verband behouden tussen de titel en de inhoud van het bijbelboek. Bovendien wilde het team graag de Hebreeuwse term waarmee Rechters wordt aangeduid, zo goed mogelijk weergeven. Hun keuze viel op 'Leiders'. Daartegenover stond de wens om niet af te wijken van de meer bekende en canonieke titel van het bijbelboek, namelijk Richters (of Richteren) of Rechters. De term Rechters heeft als nadeel dat het slechts ten dele de lading dekt van het takenpakket van de Israëlitische leiders waar het boek over schrijft. Richters zou in dat opzicht veel meer geschikt zijn. Echter, de naam Richters wordt als te exclusief protestants beschouwd; en de NBV wil juist interconfessioneel van karakter zijn.
Uiteindelijk heeft de begeleidingscommissie van het project besloten om de naam Rechters te kiezen. Naar boven
Op het omslag van de huisbijbel van De Nieuwe Bijbelvertaling staat in Griekse letters een tekst uit Romeinen 10:8: engus sou to rêma estin, en tôi stomati sou kai en têi kardiai sou ('Het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart?'.
Het gaat om een citaat uit Deuteronomium 30:14. Het hele vers in Romeinen luidt in de NBV: 'Maar vervolgens zegt Mozes: 'Het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart' – en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen, is dicht bij u.'
De precieze vorm van de Griekse letters en de schrijfwijze van de Griekse woorden gaat niet terug op een historisch bekend Grieks handschrift. Net als het afgescheurde notitieblaadje, maken de Griekse letters onderdeel uit van het omslagontwerp van de huisbijbel. Naar boven
|
|