Met de vertaaltransformatie ‘verandering’ wordt bedoeld dat sommige eenheden (woorden, woordgroepen, zinnen) in de brontaal bij het vertalen in de doeltaal een andere betekenis of functie krijgen. Het is een veelvoorkomend verschijnsel, variërend van eenvoudig tot zeer complex. De veranderingen zijn onder te verdelen in twee soorten.
In de eerste plaats zijn er grammaticale veranderingen. Daaronder vallen bijvoorbeeld veranderingen in woordsoorten. In Handelingen 1:1 heeft het Grieks: ‘Het eerste boek, Theofilus, heb ik geschreven over alle dingen die Jezus begonnen is te doen en te onderwijzen. Dit stuk tekst heeft een relatief hoog register en dat komt beter tot uitdrukking met behulp van zelfstandige naamwoorden dan met werkwoordsvormen. Daarom zijn in De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) de werkwoordsvormen veranderd in zelfstandige naamwoorden: ‘In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven.’
In de tweede plaats zijn er lexicale veranderingen. Een eerste vorm daarvan is te vinden in Ester 7:7. De Hebreeuwse constructie ‘de koning stond op van het feestmaal van de wijn’ is in de NBV weergegeven met ‘de koning stond van tafel op’. De lexicale verandering die hier is toegepast wordt ‘generalisatie’ genoemd. De reden voor deze transformatie is het verkrijgen van een natuurlijk idioom in de vertaling.
Een tweede vorm van lexicale verandering waarin het tegenovergestelde gebeurt als bij generalisatie is concretisering. In 2 Samuel Ester 20:9 heeft het Hebreeuws ‘Is alles goed met je, mijn broeder?’ In de NBV is het laatste stukje concreet gemaakt: ‘Is alles goed met je, Amasa?’ De reden hiervoor is dat de participanten Joab en Amasa neven zijn en dat een vertaling met ‘mijn broeder’ een verkeerde betekenisassociatie kan hebben.
Een derde vorm van lexicale verandering is een antonimische vertaling. Dit houdt in dat in de vertaling een woord wordt gebruikt met tegengestelde betekenis, zodat bijvoorbeeld een ontkenning wordt veranderd in een bevestigende uitspraak. In 2 Samuel 17:22 heeft het Hebreeuws: ‘tot het licht van de morgen, tot er niemand meer achtergebleven was die niet de Jordaan was overgestoken’. Vanwege de natuurlijkheid van het Nederlands is in de vertaling gekozen voor: ‘en toen de morgen aanbrak bevond iedereen zich aan de overkant van de rivier’.