Taalregels

Het systeem van de ene taal verschilt van dat van een andere taal. Zo heeft het Frans ‘le’, ‘la’, ‘un’ en ‘une’ als lidwoorden, het Nederlands ‘de’, ‘het’ en ‘een’. Het Engels kent alleen ‘the’ en ‘a’ en het Russisch heeft helemaal geen lidwoorden. Wanneer je een tekst uit het Russisch in het Nederlands vertaalt moet je dus lidwoorden toevoegen die er in het origineel niet staan. Meestal is uit de context wel duidelijk of dat een bepaald lidwoord (de of het) of een onbepaald lidwoord (een) moet zijn, maar niet altijd.

Ook als talen wel dezelfde soort lidwoorden hebben, kan het gebruik ervan wel verschillen. Zo zeg je in het Engels ‘Such is life’, maar in het Nederlands ‘Zo is het leven’.

Een ander voorbeeld. Het Nederlands heeft enkelvoud en meervoud voor zelfstandige naamwoorden, maar sommige talen hebben een aparte vorm voor ‘twee stuks’ of voor ‘drie’. De hoeveelheid werkwoordstijden en het gebruik ervan kan per taal verschillen, net als de hoeveelheid aanspreekvormen.

In de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) zijn de taalregels van het hedendaagse Nederlands gevolgd. De aanspreekvormen in de NBV zijn dus ‘u’, ‘jij’, ‘je’ en ‘jullie’, maar niet ‘gij’. Er zijn geen eerbiedhoofdletters gebruikt in de NBV (zie: Gebruik van hoofdletters). Ook voor de gebiedende wijs en de aanvoegende wijs is aangesloten bij wat nu algemeen gangbaar is.