Taalkenmerken en tekstkenmerken

De brontekst is het uitgangspunt voor het vertaalwerk (zie ook Brontekstgetrouw en doeltaalgericht). Bij het vertalen daarvan in natuurlijk en hedendaags Nederlands moet rekening gehouden worden met de eigenaardigheden van de brontekst en de functie daarvan. In de Nieuwe Bijbelvertaling is er onderscheid gemaakt tussen tekstkenmerken en taalkenmerken. Met een tekstkenmerk wordt een element in de tekst bedoeld dat een specifieke functie heeft. Zo’n kenmerk draagt wezenlijk bij aan de betekenis van de tekst. Daarom moet een tekstkenmerk ook in de vertaling herkenbaar zijn. Tekstkenmerken die op grond van het taalverschil onmogelijk gehandhaafd kunnen blijven (bijvoorbeeld klankspel), worden waar mogelijk gecompenseerd door vergelijkbare Nederlandse taalmiddelen.

Met een taalkenmerk wordt een element in de tekst bedoeld dat geen specifieke functie heeft. Het is een kenmerk dat eigen is aan de taal, maar waarvoor een andere taal zijn eigen middelen heeft om het tot uitdrukking te brengen. Een taalkenmerk moet daarom in de vertaling worden weergegeven met natuurlijke middelen van het Nederlands.