Gebruik van hoofdletters

Eerbiedskapitalen

In de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is het hoofdlettergebruik overeenkomstig de algemeen gangbare eisen van het Nederlands. Dat wil zeggen dat er met het gebruik van hoofdletters voorzichtig wordt omgegaan. In het Nederlands van een aantal jaar geleden was het bijvoorbeeld nog gebruikelijk in een brief de geadresseerde aan te spreken met ‘U’ (hoofdletter), tegenwoordig is dat ongebruikelijk.

Hoewel verschillende vertalingen gebruik maken van de eerbiedskapitalen, bieden de oorspronkelijke handschriften van het Oude en Nieuwe Testament daarvoor geen houvast. Er bestaat hierin geen onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Uit het verband moet opgemaakt worden op wie een persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord slaat. Voor de NBV geldt daarom de regel dat ook in de vertaling uit het verband op te maken moet zijn naar wie verwezen wordt. Er zijn daarnaast ook passages waarin uit het Grieks of Hebreeuws niet op te maken is naar wie verwezen wordt. Het gebruik van eerbiedskapitalen zou in die gevallen de interpretatiemogelijkheden van de brontekst beperken en de tekst duidelijker maken dan het origineel is.

Voor de voorleesbaarheid van de vertaling is het gebruik van eerbiedskapitalen niet noodzakelijk en werkt het zelfs in sommige gevallen averechts.

Regels

Vanzelfsprekend worden er in de Nieuwe Bijbelvertaling wel hoofdletters gebruikt. Hier volgt een overzicht van de regels die daarvoor gehanteerd zijn.

Er worden geen hoofdletters gebruikt voor:

  • Voornaamwoorden.
  • Woorden uit de religieuze sfeer, zoals kerk, tabernakel, ark, apostel enz.

Er worden wel hoofdletters gebruikt voor:

  • Alle eigennamen (dus ook de eigennaam ‘Satan’).
  • De godsnamen, wanneer zij op de God van Israël betrekking hebben.
  • Alle gevallen waarin ‘Vader’, ‘Zoon’ en ‘Geest’ als naam worden gebruikt.
  • Bij de zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden die betrekking hebben op God. Zo wordt er geschreven: ‘de almachtige God’, maar ‘de Almachtige’.
  • Bijzondere titels van Jezus die als eigennaam zijn gaan fungeren, zoals ‘Gezalfde’, ‘Heer’, ‘Mensenzoon’.
  • De (heilige) Schrift, de Schriften; Wet en de Profeten.
  • Personificaties van bepaalde begrippen, zoals ‘de Dood’, ‘(vrouwe) Wijsheid’.
  • Namen van feesten.