Brontekstgetrouw en doeltaalgericht

De vertaalmethode van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) kenmerkt zich door de woorden ‘brontekstgetrouw’ en ‘doeltaalgericht’. In de eerste plaats is de brontekst het uitgangspunt voor de NBV. De NBV is niet brontaalgetrouw, zoals letterlijke vertalingen vaak wel zijn. Je kunt dan bijvoorbeeld de woordvolgorde van het Hebreeuws zo terugvinden in het Nederlands. In de NBV zijn de gewone taaleigenaardigheden van de brontalen opgegaan in taaleigenaardigheden van het Nederlands. Maar de speciale kenmerken van de tekst, de eigen stijl en het genre, maar ook eventuele stilistische onvolkomenheden van de brontekst worden gerespecteerd. Een tekst is verder een samenhangend geheel en geen verzameling van losse woordjes of zinnen. De context bepaalt de betekenis van woorden. De macrostructuur van een tekst speelt daarom een grote rol bij het vertalen. (Zie ook: Structuur, context en functie.)

In de tweede plaats hebben de vertalers van de NBV er zoveel mogelijk naar gestreefd aan te sluiten bij de normen en mogelijkheden van de doeltaal. De NBV is bestemd om door een Nederlandstalig publiek gehoord, gelezen en vooral begrepen te worden. De toegankelijkheid van de tekst mag niet belemmerd worden door de vreemdheid van het taalgebruik. De vertaling moet gesteld zijn in hedendaags natuurlijk Nederlands. Daarom worden in de vertaling alle mogelijkheden van de doeltaal gebruikt om de kenmerken van de brontekst weer te geven. Voor een evenwichtige beslissing moet rekening gehouden worden met taalkenmerken en tekstkenmerken.