[Mat. 6:7-15]
7Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen» zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.
8Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen.
9Bid daarom als volgt:
Onze Vader in de hemel»,
laat» uw naam geheiligd worden,
10laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel».
11Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben».
12Vergeef ons onze schulden»,
zoals ook wij hebben vergeven»
wie ons iets schuldig was.
13En breng ons niet in beproeving»,
maar red ons uit de greep van het kwaad».*
14Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven.
15Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.
Noot
(6:13) van het kwaad – Andere handschriften lezen: ‘van het kwaad. Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid». Amen’.
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Mat. 6:7] ‘eindeloos voortprevelen’
In het Grieks wordt hier het zeldzame woord battalogein gebruikt. De betekenis ervan is niet helemaal met zekerheid vast te stellen. In woordenboeken wordt de betekenis meestal omschreven als ‘praten als een stotteraar’ of ‘steeds hetzelfde zeggen’. In Matteüs 6:7 wordt dus gezegd dat de heidenen maar doorgaan steeds hetzelfde tot God te zeggen. Als vertaling is daarom gekozen voor ‘eindeloos voortprevelen’. ‘Prevelen’ heeft in het Nederlands vaak een wat negatieve bijklank, zeker als het het prevelen van een gebed betreft. Daarom past ‘prevelen’ goed in de context van Matteüs 6.
[Mat. 6:9] ‘in de hemel’
In het onzevader in de Statenvertaling staat ‘Onze Vader die in de hemelen zijt’. Het meervoud ‘hemelen’ is een letterlijke vertaling van het Griekse woord ouranoi (een meervoud van ouranos, ‘hemel’). Hoewel de voorstelling van meerdere hemelen in het Nieuwe Testament soms voorkomt (zie bijvoorbeeld 2 Korintiërs 12:2), is in Matteüs het meervoud ouranoi een semitisme, een Griekse taalconstructie waarin een Hebreeuwse of Aramese constructie doorklinkt. Het Hebreeuwse woord voor hemel (sjamajim) is grammaticaal gezien namelijk ook een meervoud (hoewel met sjamajim slechts één hemel bedoeld wordt). Het meervoud ouranoi komt bij Matteüs talloze malen voor en lijkt niet onderscheiden te zijn van het enkelvoud ouranos. Daarom is er in Matteüs voor gekozen zowel de meervoudsvorm ouranoi als het enkelvoud ouranos met ‘hemel’ te vertalen.
[Mat. 6:9] ‘laat’
In oudere versies van het onzevader wordt een aantal conjunctieven (werkwoordsvormen in de aanvoegende wijs) gebruikt (‘uw Naam worde geheiligd’, ‘uw Koninkrijk kome’, ‘uw wil geschiede’). Zulke werkwoordsvormen worden nu als erg formeel en archaïsch ervaren (dit staat beschreven in moderne taaladviesboeken). In De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) wordt de wat plechtige conjunctief soms gebruikt voor de werkwoorden ‘mogen’ en ‘zijn’. ‘Moge de HEER zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest’ zegt bijvoorbeeld Noömi tegen Ruth en Orpa in Ruth 1:8-9. En de meeste brieven in het Nieuwe Testament eindigen in de NBV met ‘De genade van de Heer Jezus Christus zij met u’.
In andere gevallen waar vroeger een conjunctief van een werkwoord gebruikt werd, wordt de aanvoegende wijs omschreven met ‘laten’ of ‘mogen’. In het onzevader is gekozen voor het gebruik van het hulpwerkwoord ‘laten’. Voor de drie conjunctieven is twee keer ‘laten’ ingezet, de derde keer is het hulpwerkwoord samengetrokken om enerzijds een zekere rust te creëren en anderzijds het effect van een dreun te vermijden. In de hele tekst is gestreefd naar een rustige, ritmische tekst, die niet te praterig of te wijdlopig is. Daarom is ook niet vertaald ‘en (laat) gedaan worden wat u wilt’, hoewel dit in het Nederlands het meest natuurlijk zou zijn. Het behouden van de gestileerde vorm van de eerste regels met de parallellie tussen ‘uw naam’, ‘uw koninkrijk’ en ‘uw wil’ heeft voorrang gekregen.
[Mat. 6:10] ‘op aarde zoals in de hemel’
In oudere versies van het onzevader luidt deze regel meestal ‘gelijk in de hemel alzo ook op de aarde’. Deze vertaling volgt het Grieks bijna woord-voor-woord (hôs en ouranôi kai epi gês, ‘zoals in de hemel ook op aarde’), alleen het woordje ‘alzo’ moet aangevuld worden. Deze constructie wordt in het Grieks vaker gebruikt om een vergelijking te maken. Maar in het Nederlands is het gebruikelijk om in dergelijke vergelijkingen ‘zoals’ te gebruiken, en de zaak waarmee iets vergeleken wordt achteraan te plaatsen.
[Mat. 6:11] ‘dat wij nodig hebben’
In oudere versies van het onzevader staat: ‘geef ons heden ons dagelijks brood’, terwijl De Nieuwe Bijbelvertaling voor ‘het brood dat wij nodig hebben’ kiest. Dit verschil berust op een nieuwe interpretatie van het Griekse woord epiousios. Dit zeldzame woord komt alleen voor in christelijke teksten, en het onzevader is de oudste vindplaats. De betekenis van het woord moet afgeleid worden uit de delen waaruit het bestaat. In moderne nieuwtestamentische woordenboeken wordt een aantal mogelijkheden gegeven. Het woord kan afgeleid worden van epi en ousia – ‘noodzakelijk voor het bestaan’, van epi tên ousan (hêmeran) – ‘voor de huidige dag’, ‘voor vandaag’, ‘dagelijks, of van (hê) epiousa (hêmera) – ‘de volgende dag’. De meeste exegeten kiezen tegenwoordig om inhoudelijke redenen voor de eerste interpretatie: ‘het brood dat wij nodig hebben’. De temporele component blijft bewaard in ‘vandaag’, de vertaling van het Griekse sêmeron.
[Mat. 6:12] ‘schulden’
In het Grieks wordt hier een combinatie gebruikt van de woorden afiêmi en ofeilêmata. Deze combinatie duidt in het Grieks in de eerste plaats op het kwijtschelden van financiële schulden. Het werkwoord afiêmi wordt in het Nieuwe Testament dikwijls gebruikt voor de goddelijke vergeving van menselijke misstappen. Voor de Griekse lezer van Matteüs was de combinatie van afiêmi en ofeilêmata in een gebed enigszins dubbelzinnig: in termen die financiële connotaties hebben wordt over het vergeven van morele misstappen gesproken.
Gezocht is naar een vertaling waarin dubbelzinnigheid meeklinkt. De vertalers moesten kiezen tussen ‘vergeven’ en ‘kwijtschelden’, en ook tussen ‘schulden’, ‘fouten’, ‘schuld’ of iets vergelijkbaars. Er is over deze kwestie uitgebreid gediscussieerd. Het enkelvoud ‘schuld’ zou teveel duiden op het gevoel van tekortschieten, terwijl hier concrete misstappen worden bedoeld. Door ‘fouten’ te vertalen, of ‘kwijtschelden’, zou de dubbelzinnigheid geheel en al verdwijnen. Om de in het Grieks bestaande dubbelzinnigheid enigszins vast te houden is toch gekozen voor het tradionele ‘vergeef ons onze schulden’. Het meervoud ‘schulden’ is in het Nederlands namelijk eigenlijk alleen te gebruiken voor financiële schulden.
[Mat. 6:12] ‘hebben vergeven’
Hier volgt De Nieuwe Bijbelvertaling de meest recente versie van de Griekse tekst van het onzevader. De boeken van het Nieuwe Testament zijn vele malen met de hand overgeschreven door kopiisten. Deze overschrijvers kenden vaak niet alleen het boek dat ze aan het overschrijven waren, maar ook andere nieuwtestamentische boeken (zie De handschriften van Matteüs en Lucas [Mat. 6:9-13, etc.]). Bewust of onbewust pasten ze daarom bij kleine verschillen passages die in twee of meer boeken voorkomen aan elkaar aan. Er staat ook een versie van het onzevader in Lucas (zie ).
[Mat. 6:13] ‘beproeving’
Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt is peirasmos. Soms wordt met dat woord een situatie van ‘op de proef stellen’ aangeduid. Het verwante werkwoord komt bijvoorbeeld voor in Matteüs 4:1, in het verhaal van Jezus’ beproeving in de woestijn door de duivel. Sommige uitleggers zeggen dat in het onzevader met peirasmos de beproeving bedoeld is die alle mensen in de eindtijd moeten ondergaan. Soms wordt met peirasmos ook ‘verleiding’ bedoeld – bijvoorbeeld de verleiding om andere goden te gaan dienen. Hoe het ook zij, degene die het gebed uitspreekt vraagt of God hem of haar niet in een situatie van beproeving of verleiding wil brengen.
In het onzevader is voor de vertaling ‘breng ons niet in beproeving’ gekozen, omdat daarmee het verband met andere passages in Matteüs (bijvoorbeeld Jezus’ beproeving in de woestijn) waar in het Grieks peirazô gebruikt wordt, bewaard blijft. Ook blijven de interpretatiemogelijkheden die de Griekse tekst biedt gehandhaafd: zowel een beproeving op instigatie van God (eventueel in de eindtijd), als een beproeving door de duivel, als een situatie van verleiding kunnen bij de huidige vertaling bedacht worden.
[Mat. 6:13] ‘uit de greep van het kwaad’
De rooms-katholieke versie van het onzevader heeft in deze regel ‘maar verlos ons van het kwaad’, de protestantse heeft ‘maar verlos ons van de boze’. Het verschil tussen ‘het kwaad’ en ‘de boze’ komt voort uit het Griekse woord tou ponêrou aan het slot van het gebed. Aan dit woord in de tweede naamval is in het Grieks niet te zien of het afkomstig is van het mannelijke woord ho ponêros (‘de boze’) of het onzijdige woord to ponêron (‘het boze’).
In Matteüs 13:9 wordt in de eerste naamval de mannelijke vorm ho ponêros gebruikt en in Matteüs 4 is de duivel degene die Jezus op de proef stelt (het Grieks heeft hier ho diabolos en ho peirazôn). Dit zou ervoor kunnen pleiten ook in Matteüs 6:13 tou ponêrou op te vatten als een genitivus van ho ponêros, maar dan rest nog de vraag hoe dat vertaald moet worden. Een vertaling met ‘de boze’ is afgewezen: ook elders in De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) wordt het ouderwetse ‘de boze’, ‘het boze’ en ‘de boosheid’ niet gebruikt om wat slecht is, het kwaad, uit te drukken. In Matteüs 13:19 is in de NBV vertaald: ‘bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid’; in Matteüs 13:38 is volstaan met ‘het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad’.
Omdat in het onzevader ‘hij die het kwaad zelf is’ niet zo goed zou passen in de gestileerde context, is gekozen voor ‘red ons uit de greep van het kwaad’. Door het gebruik van ‘uit de greep van’ wordt voorkomen dat het kwaad te abstract wordt voorgesteld.
[Mat. 6:13 (noot)] ‘tot in eeuwigheid’
In de NBG-vertaling 1951 staat in dit vers ‘in der eeuwigheid’. De combinatie van ‘tot’ met ‘in’ en een tijdsaanduiding geeft volgens het woordenboek van Van Dale bij uitstek de onbeperktheid van de duur van iets aan. In De Nieuwe Bijbelvertaling wordt de combinatie eis tous aiônas dan ook vertaald met ‘tot in eeuwigheid’.
[Mat. 6:27] ‘één el’
Het lijkt niet erg logisch om een lengtemaat, ‘el’, te combineren met tijd, ‘levensduur’. Toch is dit wat in de Griekse brontekst staat, een lengte en niet een tijd als maat waarmee het leven verlengd kan worden. Het lijkt logischer om voor een vertaling als in de NBG-vertaling 1951 en de Statenvertaling te kiezen: ‘een el aan zijn lengte toevoegen’, of om te vertalen als de Groot Nieuws Bijbel ‘zijn leven ook maar een klein stukje verlengen’. In De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is er echter in dergelijke gevallen voor gekozen de tekst niet mooier of logischer te maken dan de brontekst en gewoon de vreemde combinatie te laten staan.
Behalve de vraag of een lengtemaat gecombineerd kan worden met een aanduiding van tijd speelt hier nog een andere vertaalkwestie. Het woord ‘el’ duidt een lengtemaat aan die in onze tijd en cultuur niet gangbaar is. Bij het vertalen is het de vraag hoe een dergelijke aanduiding weergegeven moet worden. Er zijn een aantal mogelijkheden. In de eerste plaats zou de lengtemaat (of in andere gevallen inhoudsmaten of gewichten) omgerekend kunnen worden naar moderne eenheden. In de tweede plaats zou ook een equivalent met vergelijkbare waarde gekozen kunnen worden. In de derde plaats is het mogelijk de maat te beschrijven in algemene termen en ten slotte kunnen de eenheden ook als vreemde woorden blijven staan.
De eerst genoemde mogelijkheid is binnen het project de NBV niet aan de orde geweest vanwege twee redenen: 1. Omrekenen past niet binnen de vertaalmethode. De historische en socioculturele achtergrond van de brontekst moet in de vertaling herkenbaar blijven. 2. Omrekenen brengt niet alleen praktische problemen met zich mee, maar ook kunnen ronde getallen met symbolische waarde verloren gaan. De andere opties komen in de de NBV wel voor en in het geval van Matteüs 6:27 is gekozen voor de laatste.