Johannes 21:15-21:19
Tekst & toelichting
[Joh. 21:15-19]
15Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus» aan: ‘Simon, zoon van Johannes», heb je mij lief», meer dan de anderen hier»?’ Petrus» antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd».’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ 16Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief»?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd».’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ 17en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me»?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd».’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. 18Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ 19Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God. Daarna zei hij: ‘Volg mij.’
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling

© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Joh. 21:15] ‘Simon Petrus [...] Petrus’
De leerling wordt eerst aangeduid als Simon Petrus en daarna als Petrus. Deze afwisseling komen we in het evangelie van Johannes steeds tegen. Meestal wordt binnen een literaire eenheid eerst de volledige naam genoemd: Simon Petrus. In de direct daarop volgende verzen wordt dan met Petrus volstaan. Ook in Johannes 21 worden de namen Simon Petrus (21:2, 21:3, 21:7, 21:11, 21:15) en Petrus (21:7, 21:17, 21:20, 21:21) op die manier afgewisseld.
[Joh. 21:15] ‘Simon, zoon van Johannes’
De enige andere keer dat deze aanduiding voorkomt in het evangelie volgens Johannes is in Johannes 1:42: ‘Jezus keek hem aan en zei: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten’ (dat is Petrus, ‘rots’).’ Dat moment beschrijft de eerste ontmoeting van Petrus met Jezus. Hier in Johannes 21 vindt het laatste gesprek tussen Jezus en Petrus plaats.
[Joh. 21:15] ‘heb je mij lief [...] van u houd’
[Joh. 21:16] ‘heb je me lief [...] van u houd’
[Joh. 21:17] ‘houd je van me [...] van u houd’
De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) volgt de woordvariatie in de brontekst. De werkwoorden agapaô en fileô worden onderscheiden door de varianten ‘liefhebben’ (voor: agapaô) en ‘houden van’ (voor: fileô). Sommige uitleggers zien een inhoudelijk verschil tussen de twee werkwoorden: fileô zou gebruikt worden om ‘alledaagse liefde’ aan te duiden, terwijl agapaô een hogere vorm van liefde, de ‘christelijke liefde’, zou aanduiden. Toch klopt dit niet. De woorden fileô en agapaô worden in het Johannesevangelie als synoniemen gebruikt. Bovendien geeft de tussenzin in Johannes 21:17 een (indirecte) weergave van de vraag die Jezus drie keer heeft gesteld met behulp van het werkwoord fileô: ‘Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield (fileô).’ Het gaat bij agapaô en fileô niet om twee verschillende soorten of vormen van liefde. De betekenis van de woorden ligt dicht bij elkaar. De NBV heeft daarom een goede keuze gemaakt, door enerzijds het verschil in woordgebruik nauwkeurig te weerspiegelen in de vertaling en anderzijds in het Nederlands woorden te kiezen die qua betekenis dicht bij elkaar liggen: liefhebben en houden van.
[Joh. 21:15] ‘meer dan de anderen hier’
Het Grieks kan hier taalkundig gezien op drie manieren worden opgevat:
  • (1) heb je mij lief, meer dan je deze dingen liefhebt (toutôn onzijdig en als object opgevat)
  • (2) heb je mij lief, meer dan je dezen liefhebt (toutôn mannelijk en als object opgevat)
  • (3) heb je mij lief, meer dan dezen mij liefhebben (toutôn mannelijk en als subject opgevat)
In het eerste geval slaat het op de zojuist gevangen vissen of ‘de visserij’, als zaken die Petrus op moet geven als hij kiest voor Jezus. Dit is erg vergezocht. Bovendien gaat het werkwoord agapaô, ‘liefhebben’ niet goed samen met ‘de visserij’ of ‘vissen’. Dit werkwoord wordt in het Nieuwe Testament juist gebruikt om de liefde tussen mensen en God of Jezus of de liefde tussen mensen onderling aan te duiden. Jezus stelt Petrus niet voor een keuze tussen hem of vissen, maar hij wil van Petrus horen hoezeer deze hem liefheeft. Het woord toutôn moet dus slaan op de leerlingen, als subject of als object van het liefhebben. Aan de vertaling in De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is niet te zien of ‘de anderen’ hier subject of object zijn. De zin kan een samentrekking zijn van: Heb je mij lief, meer dan je de anderen liefhebt? of van: Heb je mij lief meer dan de anderen mij liefhebben? Het past bij het karakter van de NBV om – waar dat binnen de criteria van de doeltaalgerichtheid mogelijk is – de ambiguïteit van de brontekst te bewaren. Dit vers is daar een goed voorbeeld van.
De vraag van Jezus is het beste zo op te vatten: ‘Heb je mij meer lief dan dezen mij liefhebben?’ Het gaat bij de woorden ‘meer dan dezen’ om een versterking van de vraag ‘Heb je me lief?’ De vraag die Jezus aan Petrus stelt komt driemaal op hetzelfde neer. De eerste keer is de vraag niet anders dan de twee volgende keren, alleen wordt die met meer klem gesteld (net zoals Petrus’ antwoord de derde keer op hetzelfde neerkomt, maar met extra klem wordt gebracht). Wanneer men pleon toutôn leest als een element dat de vraag wil versterken, komt men uit bij de betekenis ‘meer dan zij van mij houden’. De verwijzingen naar de anderen legt simpelweg druk op de vraag: kun je volmondig en zonder enige reserve beamen dat je mij liefhebt?
Deze uitleg past ook binnen het hele evangelie volgens Johannes. De vraag of Petrus’ liefde groter is dan die van de anderen sluit aan bij de op voorgrond tredende positie van Petrus eerder in Johannes 21 (21:1-14) en elders in het evangelie (13:6-9; 13:36-38; 18:15-18, 18:25-27). Het verband tussen de scène in Johannes 21:15-19 en de eerdere teksten 13:36-38 en 18:15-18, 18:25-27 is onmiskenbaar.