Deuteronomium 18:15-22
Tekst & toelichting
Algemene toelichting
[Deut. 18:15-22]
15Hij zal in uw midden profeten» laten opstaan, profeten» zoals ik». Naar hen moet u luisteren. 16U hebt de HEER daar immers zelf om gevraagd, toen u bij de Horeb bijeen was? U zei»: ‘Wij kunnen het stemgeluid van de HEER, onze God, en de aanblik van dit enorme vuur niet langer verdragen; dat overleven we niet.’ 17De HEER heeft toen tegen mij gezegd»: ‘Zij hebben goed gesproken. 18Ik zal in hun midden profeten» laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven», en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag. 19Wie niet wil luisteren naar de woorden die zij in mijn naam spreken, zal ik ter verantwoording roepen. 20Maar als een profeet de euvele moed heeft om in mijn naam iets te zeggen dat ik hem niet heb opgedragen, of om in de naam van andere goden te spreken, dan moet hij ter dood gebracht worden.»21Misschien vraagt u zich af: Is er een manier om te bepalen of een profetie al dan niet van de HEER komt? 22Die is er inderdaad: als een profeet zegt te spreken in de naam van de HEER, maar zijn woorden komen niet uit» en er gebeurt niets, dan is dat geen profetie van de HEER geweest. Heb geen ontzag voor een profeet die zich dat aanmatigt.
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling

© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Deut. 18:15,18] ‘profeten’
In De Nieuwe Bijbelvertaling is, anders dan in de NBG-vertaling 1951, gekozen voor het meervoud ‘profeten’ vanwege de context van dit woord. Een enkelvoud zou in het Nederlands kunnen suggereren dat het om een bepaalde, specifieke profeet gaat. En hoewel het Nieuwe Testament deze tekst later ook zo uitlegt (zie de christologische toespitsing in Handelingen 3:22 en 7:37), ligt de nadruk in Deuteronomium in eerste instantie op iets anders. In de setting van Deuteronomium hebben de woorden van Mozes betrekking op de geschiedenis van de Israëlieten die de Jordaan oversteken en zich in het beloofde land gaan vestigen. Mozes waarschuwt ze dat ze zich dan niet bezig moeten houden met allerlei vormen van waarzeggerij. In plaats daarvan moeten zij luisteren naar mensen die als profeet gezonden zijn om een boodschap van God overbrengen – precies zoals Mozes zelf deed ten overstaan van de Israëlieten. Het gaat niet om een uniek optreden van één profetische figuur, maar om een herhaaldelijk optreden van profeten die de Israëlieten op verschillende momenten in de geschiedenis hebben opgeroepen naar JHWH te luisteren. Diverse teksten in het Oude Testament bevestigen dat beeld: God heeft vele profeten gestuurd om het volk op het juiste pad terug te brengen (zie bijvoorbeeld 2 Koningen 17:13 en Jeremia 7:25-26).
[Deut. 18:15] ‘zoals ik’
Mozes staat model voor alle profeten. Ze zullen het woord van God doorgeven aan de Israëlieten zoals Mozes dat deed.
[Deut. 18:16] ‘U zei’
Een verwijzing naar Deuteronomium 5:23-27.
[Deut. 18:17] ‘De HEER heeft toen tegen mij gezegd’
Een verwijzing naar Deuteronomium 5:28-31.
[Deut. 18:18] ‘Ik zal hun mijn woorden ingeven’
Een mooi voorbeeld hiervan: Jeremia 1:9. Zie verder ook Numeri 22:38.
[Deut. 18:20] ‘dan moet hij ter dood gebracht worden.’
Zoals de profeet Chananja, zie Jeremia 28:12-17.
[Deut. 18:22] ‘zijn woorden komen niet uit’
Een situatie waarin twee profeten in naam van God het tegenovergestelde aankondigen, is te vinden in Jeremia 27:8 en 28:2. De profetie van Jeremia is in vervulling gegaan, die van Chananja niet.