Poëtische kenmerken [Ps. 23]
Zoals bij alle psalmen in De Nieuwe Bijbelvertaling is ook in Psalm 23 geprobeerd om de vertaling een poëtische tekst te laten zijn. Dat betekent dat zorgvuldig alle vertaalmogelijkheden gewogen zijn: niet alleen op grond van de referentiële juistheid, maar ook op grond van bijvoorbeeld de klank en het ritme. (Zie Ritme en klank in psalmen [Psalmen].) In Psalm 23 treden in het Hebreeuws verschillende klankpatronen op. Zo komt de klank ‘sj’ in Psalm 23:3 een paar keer terug (nafsji jesjoveev en sjemo). Bij vertaling gaat de klank ‘sj’ verloren, en ook is herhaling van eenzelfde klank op deze plaats niet haalbaar, maar het is wel mogelijk om ter compensatie op andere plaatsen in de vertaling klankpatronen aan te brengen. Zo treden in Psalm 23 verschillende alliteraties op: de klank ‘st’ wordt in de beklemtoonde woorden ‘stok’ en ‘staf’ herhaald; de ‘d’ in ‘door een donker dal’, de ‘v’ in ‘vrees geen gevaar’. Ook is er sprake van assonantie: ‘veilige paden’ in Psalm 23:3 weerspiegelt als het ware ‘weiden’ en ‘water’ in Psalm 23:2. Dergelijke klankpatronen zijn niet alleen fraai of poëtisch, maar ze versterken tevens de inhoudelijke samenhang van een regel of vers. De groene weiden, het vredige water en de veilige paden hangen nauw met elkaar samen binnen het beeld van God als herder en de ikpersoon als schaap dat door de herder geleid wordt.