Thematiek [Marc. 8:27-9:1]
Jezus stelt in zijn terechtwijzing van Petrus twee zaken tegenover elkaar: wat de mensen willen en wat God wil. Uit de context blijkt het te gaan om twee verschillende invullingen van het messiasschap. De mensen verwachten een politieke messias, een machtsfiguur die de Romeinen verjaagt en een nieuw rijk van David sticht. Wat God wil is een messias die gehoorzaam is aan zijn eschatologische heilsplan van lijden, sterven en opstanding. En wie tegen God ingaat is een helper van Satan. Satan is degene die Gods plan probeert te dwarsbomen. Dat is wat Petrus doet als hij Jezus van de weg van het lijden probeert af te houden.
Zie voor een toelichting op deze passage verder: ‘Vertaalaantekeningen bij het oecumenisch leesrooster (7)’ in: Met Andere Woorden 28/2 (juni 2009), 40-46.