De rijke jongeling [Marc. 10:13-31]
Boven Marcus 10:17 staat in de Statenvertaling (SV) en in de NBG-vertaling 1951 als kopje ‘De rijke jongeling’. ‘De Groot Nieuws Bijbel (GNB) heeft: ‘De rijke jongeman’. Deze kopjes zijn opmerkelijk. Want als je Marcus 10:17-22 leest, blijkt nergens uit dat het over een jongeman gaat. De man wordt in Marcus 10:17 geïntroduceerd als ‘iemand’ (Grieks: heis). Verder wordt hij aangeduid als ‘de man’ (in Marcus 10:20 en 10:22, in de Nieuwe Bijbelvertaling). In het Grieks staat er slechts een derde persoon mannelijk enkelvoud, ‘hij’. De enige aanwijzing voor de leeftijd van de man, staat in Marcus 10:20. Daar zegt hij: ‘sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden’. Wat kan je hier uit afleiden? Dat de man in ieder geval zo oud is, dat hij kan terugkijken op zijn jeugd. Verder weten we niets over zijn leeftijd.
Hoe komen de SV, de NBG 1951 en de GNB er dan bij om de man aan te duiden als ‘jongeling’ of ‘jongeman’? Dat komt door het evangelie volgens Matteüs. De tekst van Matteüs 19:13-30 komt overeen met die van Marcus 10:13-31 (hetzelfde geldt voor Lucas 18:15-30). In alle drie de versies stelt de man een vraag, waarop Jezus de geboden noemt waaraan men zich moet houden. In Marcus 10:20 lezen we: ‘De man zei: “sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.”’ In Lucas 18:21 geeft hij datzelfde antwoord. Maar in Matteüs 19:20 staat dit: ‘De jongeman zei: “Daar houd ik me aan.”’ De woorden ‘sinds mijn jeugd’ (Grieks: ek neotêtos) zijn hier veranderd in ‘de jongeman’ (Grieks: ho neaniskos). Het kopje ‘De rijke jongeling’ is dus alleen van toepassing op Matteüs 19:16-30. Maar omdat deze tekst zeer sterk lijkt op Marcus 10:17-31 en Lucas 18:18-30, wordt daar in sommige vertalingen hetzelfde kopje gebruikt.