Opbouw [Recht.]
Rechters bestaat uit meerdere verhalen die voorafgegaan worden door een inleidend gedeelte (Rechters 1:1-3:6). Het eerste gedeelte (met name Rechters 2:6-3:6) is programmatisch voor de rest van het boek. Hierin worden de ongehoorzaamheid van het volk Israël en het ingrijpen van de HEER beschreven volgens een stramien dat in heel Rechters terugkeert. De verhalen vertonen een min of meer vast patroon: Israël doet wat slecht is in de ogen van de HEER; God levert Israël uit aan een onderdrukker; Israël roept de HEER aan; de HEER laat een rechter optreden; de onderdrukker wordt overwonnen; het land heeft een aantal jaren rust.
Afgezien van deze verhaallijn keren ook bepaalde zinsneden (‘formules’) binnen het boek Rechters herhaaldelijk terug – al dan niet met subtiele variaties in de precieze formulering. Over het vertalen van formules zijn afspraken gemaakt, zodat ze in De Nieuwe Bijbelvertaling ook overal als zodanig kunnen worden herkend. Zo komen in Rechters voor:
- ‘asa ha-ra be‘enee ’JHWH, dat vertaald is met ‘doen wat slecht is in de ogen van de HEER’. Deze formule leidt steeds de langere verhalen in het boek Rechters in.
- ’acharaw, dat vertaald is met ‘na hem ...’ Deze formule leidt in op een korte kennisgeving van andere personen die als leider optreden, bijvoorbeeld in Rechters 12:8, 12:11 en 12:13 (‘Na hem was X rechter over Israël’).