Structuur [Gen. 37-50]
De Jozefcyclus (Genesis 37-50) heeft een doorlopende en afgeronde verhaallijn. In de verhalen over Abraham of Isaak en Jakob worden nogal eens over op zichzelf staande gebeurtenissen verteld, die weinig met de grote lijn te maken hebben. De Jozefverhalen vormen een hechter geconstrueerde eenheid. Alleen hoofdstuk 38 lijkt los te staan van de rest van het verhaal, maar bij nadere beschouwing zijn er wel degelijk verbanden te zien.
In de opbouw van de verhalen speelt diverse malen de drieslag een rol. Er is sprake van driemaal twee dromen: twee dromen van Jozef (Genesis 37), twee dromen in de gevangenis (Genesis 40) en twee dromen van de farao (Genesis 41). Ook in Jozefs carrière is een drieslag te zien: van het bestuur van Potifars hof (Genesis 39:4-6) via de leiding over alle gevangenen (39:21-23) naar gezag over heel Egypte (41:40-44). Er worden drie reizen van Jozefs familie naar Egypte verteld met een climax: de eerste reis wordt alleen door tien broers ondernomen, de tweede keer gaat Benjamin mee en de derde keer gaat ook Jakob mee. Ook de emoties van Jozef bij het weerzien worden steeds sterker (zie Genesis 42:24, 43:30, 45:2, 46:29).