Genre [Gen. 37-50]
De Jozefcyclus (Genesis 37-50) is een narratieve tekst. De verhalen hebben een bijzonder levendig karakter. Er zijn veel dialogen en de lezer volgt het verhaal nu eens vanuit de ene persoon en dan weer vanuit een ander (zie bijvoorbeeld Genesis 37:15-17 volgen we Jozef, in 37:18-22 de broers). De verteller weet wat de personages denken (Genesis 37:11, 37:22; 38:11, 42:4, 42:7, 42:23) en dromen (41:1-7).
Het Jozefverhaal is een spannend verhaal. De ene spanningsboog volgt op de andere en de lezer vraagt zich herhaaldelijk af hoe het zal aflopen: Zal Jozef levend uit de put komen? En uit de gevangenis? Zal Benjamin gestraft worden voor het bezit van Jozefs beker? De informatie die de lezer krijgt over onuitgesproken gedachten, vergroot soms de spanning nog, zoals in Genesis 37:11 en 37:22.
Door middel van het goed vertelde verhaal wil de auteur van Genesis zijn lezers iets leren. Het verhaal laat zien hoe Israël in Egypte terechtgekomen is en vooral hoe God het verloop van de geschiedenis bepaalt.