Genre [Gen. 11:27-25:18]
In het algemeen kan het cluster Genesis 11:27-25:18 getypeerd worden als ‘literaire geschiedschrijving’: een beschrijving in literaire vorm van de vroegste geschiedenis van het volk Israël. We hebben vooral van doen met narratieve tekst. In de vertaling is ernaar gestreefd het narratieve karakter tot uitdrukking te laten komen in de manier waarop passages met elkaar verbonden in zijn en in soepele zinsconstructies.
In de brontekst is de passage Genesis 12:2-3 sterk poëtisch (assonantie, chiasme, parallellisme). Genesis 12:1 bereidt al voor op deze poëtische passage: Gods opdracht heeft de vorm van een drieslag (met in het Hebreeuws eindrijm) die naar een climax voert: de ‘vertrouwde omgeving’ wordt steeds kleiner. Hiermee wordt de opdracht kracht bijgezet. Daarna volgt dan in Genesis 12:2-3 een belofte van zevenvoudige zegen. Deze zegenspreuk is in De Nieuwe Bijbelvertaling poëtisch vertaald, evenals de zegenspreuk in Genesis 14:19b-20, met parallellismen en herhaling.
Ook Genesis 24:60 bevat een zegenspreuk. Deze heeft in de brontekst weliswaar een zeker ritme maar is daar niet sterk poëtisch. De spreuk krijgt in het Hebreeuws weinig nadruk en is meer vervlochten in de context. Daarom is deze zegen in de vertaling niet als poëzie weergegeven.