Proza of poëzie? [Pred.]
De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) kent drie hoofdgradaties als het gaat om de onderverdeling van teksten in poëzie en proza. Ten eerste het proza, daaronder wordt tekst verstaan die geen gedichtvorm kent. Ten tweede het poëtisch proza, dan is er ook sprake van een tekst zonder gedichtvorm waarbij echter wel opvallend veel gebruik wordt gemaakt van poëtische elementen. En poëzie, ten derde, is alle tekst die in gedichtvorm is weergegeven, en waarin ook van poëtische middelen gebruik wordt gemaakt.
De overgeleverde Hebreeuwse (Masoretische) tekst kent in de vorm van de tekst geen scherp onderscheid tussen de verschillende gradaties, zoals het Nederlands dat wel kent. Bij het vertalen moet dus met inachtneming van typische poëzie- of prozakenmerken van de brontekst een keuze worden gemaakt uit deze drie verschillende vormen. De vertalers vragen zich daarbij af hoe de communicatieve functie van een tekst het beste kan worden recht gedaan. Bij een keuze voor weergave in poëzie, wordt ernaar gestreefd om de vormkenmerken aan te laten sluiten bij wat poëtisch mogelijk en gebruikelijk is in het Nederlands.
Het boek Prediker bevat een aantal passages die in de NBV als poëzie worden weergegeven. Het gaat dan om Prediker 1:2-11, 3:1-8 en 12:2-8. Deze passages maken in de context van het hele boek een poëtischer indruk dan de rest van de tekst. Ze bevatten parallellismen en een concentratie van natuurbeelden en klankfiguren. Prediker 3:1-8 kent bijvoorbeeld een consequente herhaling van de woordgroep ‘(Er is) een tijd’. Een terugkerend patroon in Prediker 3 is ook zichtbaar in diverse paren van tegenstellingen. Per vers worden er steeds twee tegenstellingen uitgewerkt die semantische verwantschap vertonen. Hier is variatie in woordgebruik en syntaxis zoveel mogelijk vermeden om de vaste patronen net zo duidelijk uit te laten komen als in de brontekst.
Verder komt in Prediker 1:2-11 duidelijk het cyclusmotief naar voren: de permanente natuurcyclus waarbinnen elk menselijk handelen zinloos lijkt. In Prediker 3:1-8 keert het cyclusmotief terug in de manier waarop de mens het tijdsverloop ervaart: ondanks alle inspanningen van de mens gaan de zaken zoals ze gaan. Deze passages krijgen door de combinatie van vorm en inhoud een betekenis die thematisch is voor het hele boek en dit wordt met de weergave in poëzie extra benadrukt.