[Marc. 12:28-34]
28Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod»?’ 29Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste» is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; 30heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” 31Het op een na belangrijkste» is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’ 32De schriftgeleerde zei tegen hem: ‘Inderdaad, meester, wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere god dan hij, 33en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’ 34Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.
Uit: Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Marc. 12:28] ‘het belangrijkste gebod’
[Marc. 12:29] ‘Het voornaamste’
[Marc. 12:31] ‘Het op een na belangrijkste’
de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) wijkt af van eerdere vertalingen door het Griekse prôtos (‘eerste’) en deuteros (‘tweede’) te vertalen als respectievelijk ‘belangrijkste’, ‘voornaamste’ (Marcus 12:28, 12:29) en ‘op een na belangrijkste’ (12:31). Het gaat in deze passage bij de woorden ‘eerste’ en ‘tweede’ niet om een simpele telling. Het betreft hier niet het eerste en tweede gebod van een reeks. De vraag die aan Jezus wordt gesteld heeft het doel te zien wat zijn visie op de wetten van het Oude Testament is. Om duidelijk te maken dat het hier gaat om een discussie over het voornaamste gebod, is voor deze vertaling gekozen.
Bovendien zit er in deze passage een vertaalprobleem dat aan het licht treedt als we kijken hoe het gesprek precies verloopt. De vraag die aan Jezus wordt gesteld luidt, letterlijk vertaald: ‘Welk gebod is het eerste van alle’, met andere woorden: Wat is het belangrijkste gebod? Jezus antwoordt: dit is het belangrijkste – en dan volgt (in Marcus 12:29-30) een citaat uit Deuteronomium 6:4-5. Daarmee heeft Jezus de vraag beantwoord. Het woordje prôtos (Marcus 12:28; ‘belangrijkste’ in de NBV) in de vraag correspondeert precies met prôtos (Marcus 12:29; ‘voornaamste’ in de NBV) in het antwoord. Maar Jezus vervolgt: ‘Het tweede is dit (...). Er is geen gebod dat belangrijker is dan deze (twee)’. Er is hier een logische moeilijkheid. Het gebod genoemd in Marcus 12:29-30 is het belangrijkste (dát was de vraag). Maar ‘het belangrijkste gebod’ en het ‘tweede gebod’ zijn allebei weer belangrijker dan welk ander gebod dan ook.
In de Statenvertaling wordt Marcus 12:31 anders vertaald: ‘En het tweede aan dit gelijk, is dit’. Maar de woorden aan dit gelijk staan cursief gedrukt. Dat betekent dat ze niet in de grondtekst staan maar aangevuld worden om de zin een goede betekenis te geven. Het betreft hier echter niet een grammaticaal noodzakelijke aanvulling (zoals het woordje is, dat eveneens cursief staat), maar een exegetische aanvulling gebaseerd op Matteüs 22:36-39.