Toegelichte passage
Losse kwestie
[Job 7:20]
20Heb ik gezondigd?
Heb ik u iets misdaan, bespieder van de mens?
Waarom hebt u mij tot mikpunt gekozen?
Ik ben mezelf al tot last.
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[Job 7:20] ‘bespieder’
Aan het einde van het eerste deel van Job 7:20 staat in het Hebreeuws een vorm die vertaald kan worden met ‘bespiedende’ of ‘bewakende’. In de NBG-vertaling 1951 is gekozen voor de vertaling ‘bewaker der mensen’. Deze vertaling heeft een positievere klank. In De Nieuwe Bijbelvertaling is dit deel van het vers vertaald met ‘bespieder van de mens’. Gezien de context ligt het hier meer voor de hand een vertaling te kiezen met een negatieve gevoelswaarde. Woorden die op zichzelf genomen positief zijn, kunnen in een bepaalde context een negatieve lading krijgen. Voorbeelden uit het dagelijks taalgebruik zijn: “Zij is de lieveling van de meester” of: “Dat is me ook wat moois.” In de bijbel wordt van God gezegd dat hij ‘waakt’ over zijn volk om hen voor gevaar te behoeden. In Job 7 wordt dat zelfde ‘waken’ echter in negatieve zin gebruikt, aansluitend aan 7:19: ‘wanneer wendt u uw blik eens af, wanneer gunt u mij even rust, zodat ik kan slikken?’ Job voelt zich onafgebroken bewaakt, of liever gezegd ‘bespied’.