[1 Sam. 5:6-12]
6De HEER pakte de inwoners van Asdod hard aan. Hij zaaide paniek en trof alle inwoners van het vorstendom met aambeien». 7Toen de burgers van Asdod zagen hoe het er voorstond, zeiden ze: ‘De ark van de God van Israël kan hier niet blijven, want hij treedt met harde hand op tegen ons en onze god Dagon.’ 8Ze riepen de Filistijnse stadsvorsten erbij en legden hun de vraag voor: ‘Wat moeten we doen met de ark van de God van Israël?’ ‘Naar Gat brengen,’ luidde het antwoord, en ze besloten de ark weg te brengen. 9Toen de ark naar Gat was overgebracht, keerde de HEER zich tegen die stad, zodat ook daar een geweldige paniek ontstond. Hij trof de inwoners van de stad van groot tot klein en iedereen kreeg aambeien». 10Ze stuurden de ark van God door naar Ekron, maar zodra hij daar aankwam begon de bevolking te schreeuwen: ‘Ze hebben de ark van de God van Israël hierheen gestuurd om ons allemaal te doden!’ 11Weer riepen ze de Filistijnse stadsvorsten erbij en zeiden: ‘Stuur de ark van de God van Israël terug naar waar hij vandaan komt, anders worden we allemaal gedood.’ In heel de stad heerste namelijk een dodelijke angst, want God pakte de inwoners hard aan. 12Wie niet stierf, werd geplaagd door aambeien»; het gekerm van de stad steeg op naar de hemel.
Uit: Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
[1 Sam. 5:6,9,12] ‘aambeien’
De NBG-vertaling 1951 kiest hier ‘builen’, de Willibrordvertaling heeft ‘gezwellen’ en de Statenvertaling (SV) ‘spenen’. In de Nieuwe Bijbelvertaling is ‘aambeien’ gekozen, omdat dat de aandoening is waar het in de brontekst volgens de uitleggers om gaat.
In de kanttekeningen bij de SV is deze uitleg ook al te lezen. Bij 1 Samuel 5:6 staat: ‘Deze plaag wordt in onze taal genoemd de spenen, takken, aambeien of vijgpuisten, waar de mensen grote pijn aan lijden.’ In 1 Samuel 5:9 heeft de SV vervolgens ‘spenen in de verborgen plaatsen’. En daar vermeldt de kanttekening: ‘Dat is, de gezwellen waren niet uitwendig, maar inwendig in den endeldarm, zodat men daar niet kon bijkomen om die te doen bloeden als ze zworen, hetwelk de pijnlijkste soort van spenen of vijgwratten is.’
Ook een modern commentaar bij 1 Samuel, door K.A.D. Smelik in de serie Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel, geeft deze opvatting weer: ‘De plaag bestaat uit aambeien: juist deze vernederende kwaal is gekozen om de Filistijnen bespottelijk te maken.’