NBV Studiebijbel: Vragen & antwoorden

Wat is er zo specifiek aan deze Studiebijbel?

De NBV Studiebijbel is een complete bijbeleditie met veel aanvullende informatie. De uitgave bevat het Oude Testament, de deuterocanonieke boeken en het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn er diverse soorten toelichtingen opgenomen. Zo zijn er uitgebreide inleidingen op de bijbelboeken, die ingaan op het ontstaan, de thematiek en de opbouw van het boek. Onder de bijbeltekst geven aantekeningen informatie bij moeilijke passages. Ze richten zich op vragen die voortkomen vanuit de vertaalde tekst en vormen een inhoudelijke eenheid met de vertaling. 150 kaderartikelen en een uitgebreide verklarende woordenlijst gaan in op specifieke thema’s, zoals de verschillende culturen in het oude Nabije Oosten, religieuze gebruiken en feesten, bijbelse personages en culturele en literaire achtergronden. In de kantlijn naast de bijbeltekst leggen bijbelverwijzingen relaties met andere teksten. En er zijn kleurenkaternen met foto’s, kaarten en overzichten.

Naar boven

Waarom verschijnt er een studie-editie van De Nieuwe Bijbelvertaling?

Veel mensen vinden de verhalen en poëzie in de Bijbel moeilijk. De komst van De Nieuwe Bijbelvertaling in 2004 bracht daarin al verandering. Maar nog voor het vertaalwerk van De Nieuwe Bijbelvertaling was afgerond, werd duidelijk dat er behoefte was aan een editie met aantekeningen en achtergrondinformatie. Want elke nieuwe bijbelvertaling, hoe goed en eigentijds ook, blijft vragen oproepen, bijvoorbeeld over de wereld waarin de verhalen zich afspelen. Welke feesten vierde men? Hoe ging men met vreemdelingen om? Of hoe is een afzonderlijk bijbelboek ontstaan, wie schreef het en in welke tijd? En naarmate men meer leest duiken weer nieuwe vragen op: over de positie van vrouwen, over het spreken door of over God, over visioenen, profetieën, engelen of wonderen. De NBV Studiebijbel wil een handreiking bieden voor veel van deze vragen door op allerlei manieren achtergrondinformatie te geven bij de bijbelteksten.

Naar boven

Voor wie is deze Studiebijbel bestemd?

De NBV Studiebijbel is een interconfessionele uitgave. Dat wil zeggen: hij is gemaakt voor de leden van de verschillende kerken en geloofsgemeenschappen in het Nederlandse taalgebied en voor eenieder die geïnteresseerd is in de Bijbel vanuit een levensbeschouwelijke, literaire of culturele belangstelling. Voor kerkelijke vrijwilligers en professionals zal deze uitgave een zeer geschikt hulpmiddel blijken bij het voorbereiden van overwegingen of het samenstellen van de liturgie. Voor deelnemers aan bijbelgroepen, leerhuizen en gespreksgroepen biedt deze bijbel veel achtergrond en verdieping bij de bijbeltekst zelf. Maar de NBV Studiebijbel is ook bedoeld voor iedereen die de Bijbel uit persoonlijke interesse leest, ter verdieping van de eigen spiritualiteit of uit literaire belangstelling. Tegelijkertijd is deze editie bestemd voor docenten en studenten in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs, en voor de hogere klassen van HAVO en VWO.

Naar boven

Wie hebben er aan deze Studiebijbel meegewerkt en wie zijn verantwoordelijk geweest?

Sinds augustus 2005 heeft een redactieteam van de Katholieke Bijbelstichting (KBS) en het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) de NBV Studiebijbel ontwikkeld. De dagelijkse leiding was in handen van dr. A.H. Kamp (KBS), onder verantwoordelijkheid van drs. Ph.L. van Heusden (KBS) en dr. R. Buitenwerf (NBG). Een grote groep deskundigen uit Nederland en België heeft meegewerkt aan het maken van de kaderartikelen, inleidingen en aantekeningen. Hun namen staan vermeld in het overzicht van auteurs. De redactie, eindredactie en inhoudelijke ontwikkeling van de NBV Studiebijbel waren in handen van het redactieteam, dat advies kreeg van een adviesraad. Daarnaast hebben diverse medewerkers van de KBS en het NBG aan deze uitgave meegewerkt op het gebied van secretariële ondersteuning, automatisering, advies en promotie.

Naar boven

In de NBV wordt de Hebreeuwse godsnaam weergegeven met HEER. In deze Studiebijbel is gekozen voor JHWH. Waarom?

Bij het werken aan De Nieuwe Bijbelvertaling is de weergave van de godsnaam lange tijd een punt van discussie geweest. Traditioneel wordt de godsnaam in de meeste bijbelvertalingen weergegeven met ‘Heer’. Tegen deze weergave werd in de discussie ingebracht dat ‘Heer’ feitelijk geen eigennaam is en dat het een uitsluitend mannelijke godsvoorstelling versterkt. Maar ook aan alternatieven bleken bezwaren te kleven. Uiteindelijk hebben de besturen van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Katholieke Bijbelstichting (KBS) in 2001 besloten om in aansluiting bij de traditie de godsnaam in De Nieuwe Bijbelvertaling weer te geven met ‘HEER’. Dat bestuursbesluit voorzag ook in de mogelijkheid van een weergave met het tetragrammaton JHWH in een toekomstige gemeenschappelijke studie-uitgave van de NBV. In aansluiting daarop is bij de start van het project NBV Studiebijbel in 2005 door de besturen van het NBG en de KBS besloten om in deze uitgave de godsnaam weer te geven met JHWH.

Iedere lezer kan in deze editie duidelijk zien waar in de Hebreeuwse bijbel deze naam van God gebruikt wordt. Uiteraard is in de NBV Studiebijbel achtergrondinformatie over de naam JHWH te vinden, met aanwijzingen voor het voorlezen en het liturgisch gebruik ervan. Zo kan men in plaats van JHWH het meer gebruikelijke Heer lezen of een alternatief zoals Eeuwige, Aanwezige, De Naam, He(e)re, God, Onnoembare, Enige, Levende.

Overigens is er nog een andere uitgave van De Nieuwe Bijbelvertaling die een afwijkende weergave heeft van de godsnaam. In de tweetalige Tanach-editie (Hebreeuws-Nederlands) wordt de godsnaam niet weergegeven met ‘HEER’ maar met het in joodse kringen gangbare ‘EEUWIGE’.

Naar boven

In de inleiding wordt gezegd dat de auteurs in hun bijdragen recht doen aan de laatste stand van zaken in de wetenschap. Wat wordt daarmee bedoeld?

De laatste decennia hebben zich veel ontwikkelingen voorgedaan binnen het bijbelwetenschappelijk onderzoek. Naast het historisch-kritische onderzoek naar de wording van bijbelteksten en de wereld waarbinnen deze zijn ontstaan is er tegenwoordig veel aandacht voor de literaire aspecten van de Bijbel. 

In de NBV Studiebijbel zijn de wetenschappelijke ontwikkelingen onder andere zichtbaar in de aantekeningen bij de bijbeltekst. Hoewel er ook historische en culturele achtergronden in naar voren komen, richten de aantekeningen zich vooral op vragen die voortkomen vanuit de vertaalde tekst. Op die manier vormen de aantekeningen een inhoudelijke eenheid met de vertaling en zijn ze een hulpmiddel om dichter tot de betekenis van de bijbeltekst zelf te komen.

De literaire aandacht voor de Bijbel is ook zichtbaar in een groot aantal kaderartikelen. Zo wordt er een tiental literaire onderwerpen behandeld, uiteenlopend van parallellisme en metafoor tot retorica en getallensymboliek. Daarnaast zijn er kaderartikelen die aandacht geven aan de verschillende manieren waarop men de Bijbel kan benaderen, bijvoorbeeld als religieuze, historische of juist literaire tekst. De laatste stand van zaken in de wetenschap klinkt eveneens door in de inleidingen op de bijbelboeken. Wetenschappelijke inzichten over het ontstaan of het auteurschap worden expliciet vermeld, ook wanneer dit afwijkt van kerkelijke opvattingen. Zo maken de inleidingen op een aantal brieven van Paulus in het Nieuwe Testament duidelijk dat deze waarschijnlijk niet van de hand van Paulus zijn.

Naar boven

Wat wordt er bedoeld met ‘dwarsverwijzingen’?

Veel bijbelteksten bevatten citaten, toespelingen en motieven die men ook in andere bijbelboeken tegenkomt. In de NBV Studiebijbel komt men deze bijbelpassages op het spoor in de kantlijn naast de bijbeltekst. Deze zogenaamde ‘dwarsverwijzingen’ geven tussen haakjes het hoofdstuk- en versnummer aan van de tekst waar de verwijzing bij hoort. Daarna volgen de afgekorte naam van het bijbelboek en het hoofdstuk- en versnummer waarnaar verwezen wordt.

In de dwarsverwijzingen in de NBV Studiebijbel wordt er niet alleen verwezen van het Nieuwe Testament naar het Oude Testament, maar ook andersom. Bovendien zijn er verwijzingen van en naar de deuterocanonieke boeken opgenomen.

Naar boven

Waarom zijn er zogenaamde ‘kaderartikelen’ tussen de bijbeltekst opgenomen?

In veel bijbelteksten komt men onderwerpen tegen die om een nadere toelichting of verheldering vragen: bijvoorbeeld de titel ‘messias’ in het Nieuwe Testament of de naam ‘Sion’ in het Oude Testament. Daarom is er voor gekozen om 150 van deze ‘grotere’ onderwerpen in kaderartikelen te behandelen, en zo’n 350 kleinere thema’s in de verklarende woordenlijst. Thema’s als de godsnaam, de tempel in Jeruzalem, over bepaalde tradities en gebruiken, over kalenders en feesten, of over literaire stijl en verteltechnieken komen eveneens aan bod in kaderartikelen.

Naar boven

In de Studiebijbel zijn kleurenkaternen opgenomen. Wat laten die zien?

De kleurenkaternen in de NBV Studiebijbel bevatten full colour foto’s, kaarten, plattegronden en grafieken. Ze geven informatie over de wereld waarin de Bijbel is ontstaan en waarin veel van de verhalen zich afspelen.

Het eerste kleurenkatern gaat over het landschap en het klimaat van Palestina en het oude Nabije Oosten. Het bevat kleurenfoto’s van de uiteenlopende landschappen en geografische kaarten en overzichten. Het tweede en het derde katern behandelen de historische en bijbelse achtergronden van de wereld waarin het Oude en het Nieuwe Testament ontstaan zijn. Deze katernen tonen kaarten over historische periodes en kaarten die het beeld van de geschiedenis tonen zoals de Bijbel dat aanreikt. Daarnaast zijn er foto’s van Jeruzalem en plattegronden van de eerste en tweede tempel.

Het vierde kleurenkatern geeft informatie over archeologie en de Bijbel, en bevat een uitgebreide historische tabel. In deze bijbelse tijdlijn zijn de hoogtepunten uit de geschiedenis van het oude Nabije Oosten en Palestina te vinden, en ook een afzonderlijke kolom die een beeld geeft van de geschiedenis zoals de Bijbel die vertelt.

Naar boven

In de kleurenkaternen is een ‘bijbelse tijdlijn’ opgenomen. Wat staat daarin beschreven?

Het vierde kleurenkatern bevat een uitgebreide historische tabel, een ‘bijbelse tijdlijn’. Deze tijdlijn biedt een chronologisch overzicht bij de Bijbel verdeeld over drie kolommen. De linkerkolom geeft informatie over de algemene geschiedenis in het oude Nabije Oosten. De middenkolom bevat gegevens over de geschiedenis van Palestina, waaronder Israël en Juda vallen. De rechterkolom toont het beeld van de geschiedenis zoals de Bijbel dat aanreikt. Dit staat in een eigen kolom, omdat het in veel gevallen niet vaststaat hoe het historische beeld van de Bijbel correspondeert met de geschiedenis van Palestina en het Nabije Oosten.

De ‘bijbelse tijdlijn’ is geïllustreerd met foto’s van markante gebouwen, personen, teksten en gebruiksvoorwerpen uit het oude Nabije Oosten. Het merendeel van de getoonde voorwerpen in de tabel is te bezichtigen in het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden.

Naar boven

Heeft de Studiebijbel een harde kaft?

De NBV-Studiebijbel heeft inderdaad een harde kaft, waardoor hij minder kwetsbaar is.

Naar boven

Waarom wordt in de Studiebijbel soms de aanduiding Palestina gebruikt?

Achter in de Studiebijbel (onder de Verantwoording, op pagina 2210 links bovenaan) wordt het gebruik van de naam Palestina verantwoord: ‘Voor het gebied ten westen van de rivier de Jordaan, ook wel Cisjordanië genoemd, wordt in deze uitgave de naam Palestina gebruikt. Deze naam is bedoeld als geografische aanduiding van het gebied, onafhankelijk van een eventuele staatkundige betekenis.’

De diepere achtergrond hiervoor is dat de naam Israël in de Bijbel meestal wordt gebruikt als aanduiding voor het volk Israël, en veel minder vaak voor een staatkundig of geografisch gebied. In de gevallen dat deze naam wél een gebied aanduidt, gaat het om een beperkte periode (van de 10e tot de 8e eeuw v.Chr.), en dan alleen om het noordelijke koninkrijk Israël (in grote lijnen de gebieden Galilea en Samaria; zie bijvoorbeeld ook het kaderartikel Israël en Juda op pagina 517-518). De naam Palestina wijst in de Studiebijbel in ieder geval niet op een eventueel op te richten Palestijnse staat, maar is de aanduiding die door bijbelwetenschappers gewoonlijk wordt gebruikt voor het gebied ten westen van de rivier de Jordaan.

Naar boven