De NBV en de Statenvertaling

Tussen de Statenvertaling (SV) en de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) ligt een tijdspanne van zo’n 360 jaar. De SV verscheen in 1637, de NBV in 2004. Er zijn tussen deze twee vertalingen grote verschillen. Die hebben te maken met de uitgangspunten voor de vertaling, de taal, de vertaalmethode en de wetenschappelijke stand van zaken. De Statenvertaling was uniek, omdat het de eerste Nederlandse vertaling was die volledig uit de grondteksten vertaald was. De vertalers wilden met hun vertaling eigenlijk het spreken van God zo dicht mogelijk benaderen. Ze zagen een nauw verband tussen de vorm van de bijbeltaal en de inhoud ervan. Uit ontzag voor het Hebreeuws en het Grieks hebben de vertalers bewust gekozen voor een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke tekst. Zij wilden de heiligheid van de oorspronkelijke tekst niet opofferen aan verstaanbaarheid in het Nederlands.

Het gevolg is dat de vertaling vaak zeer letterlijk is en er vele hebraïsmen in voorkomen. Een hebraïsme is een woordelijke omzetting van een Hebreeuwse uitdrukking of constructie in het Nederlands, waardoor er een gekunstelde vorm van Nederlands ontstaat. Een duidelijk voorbeeld is te vinden in Genesis 1:4. De SV heeft (met een hebraïsme) ‘en God zag het licht, dat het goed was’. Het behouden van de Hebreeuwse constructie levert een gekunsteld Nederlands op. In gewoon Nederlands is dit ‘En God zag dat het licht goed was’. Natuurlijk heeft dit taalgebruik een eigen kleur en charme. Maar de SV werd onder meer door dit soort uitdrukkingen voor velen soms moeilijk te begrijpen.

De NBV is een vertaling uit de bronteksten in eigentijds Nederlands. Voor de NBV is gebruikgemaakt van de nieuwste inzichten van de bijbelwetenschap en van de vertaalwetenschap. De methode van de NBV is kort omschreven in de woorden brontekstgetrouw en doeltaalgericht. Dat betekent dat aan de wezenlijke kenmerken van de brontekst in de vertaling recht wordt gedaan én dat de vertaling gesteld is in natuurlijk Nederlands. Verglijk bijvoorbeeld Psalm 94:20 in beide vertalingen.

In de NBV worden alle mogelijkheden van de Nederlandse taal gebruikt. Moeilijke en makkelijke, oudere en nieuwere woorden: ‘draperieën’ en ‘ik sla zijn kop eraf!’, ‘aanschouwen’ en ‘enthousiast’. Een oude uitdrukking als ‘als een dief in de nacht’, staat er nog in. Maar de uitdrukking ‘dat is uit den boze’ kom je niet tegen in de NBV. Want inmiddels betekent deze uitdrukking niet meer ‘dat komt bij de duivel vandaan’ (zoals in de SV), maar ‘dat is streng verboden’. Taal verandert. En vertalingen veranderen mee.