Discussiepunten in de brochure ‘De Nieuwe Bijbelvertaling, wat maakt het verschil?’

  • Waarom bevat de ene editie van de NBV meer boeken dan de andere?
  • We hadden in Nederland al zo veel vertalingen. Was het nodig er nog een vertaling bij te krijgen?
  • Een vertaling kan nooit én een getrouwe weergave van de brontekst én een goed leesbare tekst in eigentijds Nederlands zijn.
  • Het is belangrijk alle elementen uit het Hebreeuws en Grieks in de vertaling terug te laten komen.
  • Een bijbelvertaling mag nooit meer informatie bevatten dan de brontekst.
  • Voor dezelfde woorden in de brontaal moet je altijd hetzelfde woord in de doeltaal kiezen.
  • Als er nieuwe inzichten zijn wat betreft de betekenis van de brontekst moeten die ook in de vertaling worden gebruikt.
  • Het is belangrijker om te bepalen wat voor soort tekst er vertaald moet worden, dan dat er een exacte woordovereenkomst is tussen de brontaal en de doeltaal.
  • Voor een betrouwbare vertaling van de brontekst kan de originele tekst het beste zo letterlijk mogelijk worden vertaald.
  • Een indeling van de Bijbel met veel kopjes maakt de tekst overzichtelijk.
  • Een vertaling moet niet alleen het verschil in talen overbruggen, maar ook rekening houden met grote culturele verschillen.
  • De NBV is veel vrouwvriendelijker gemaakt dan het origineel was.
  • Voor de NBV is gebruik gemaakt van eigentijds Nederlands. Daarin horen geen onbegrijpelijke vreemde termen thuis zoals satrapen, centurio, denarie en Gehenna.
  • Het gebruik van eerbiedskapitalen is een wezenlijk onderdeel van de omgang met de Bijbel en met God.
  • Een vertaling die in de kerk gebruikt wordt, moet makkelijk voor te lezen zijn.
  • In een vertaling van de Bijbel kunnen vertrouwde begrippen als ‘bekering’, of ‘goedertierenheid’ niet gemist worden.
  • De NBV is veel te familiair. Dat is te zien aan de manier waarop mensen elkaar aanspreken.
  • De weergave van de godsnaam met ‘HEER’ is goed te gebruiken in de kerkelijke liturgie.