Bijbelvertalingen lijken soms veel op elkaar, maar soms zijn ze ook zo verschillend dat je je afvraagt of wel dezelfde tekst vertaald is. Een voorbeeld daarvan is te vinden in Johannes 21:7. In Johannes 21 wordt verteld hoe Jezus na zijn opstanding uit de dood aan zijn leerlingen verschijnt bij het meer van Tiberias. De leerlingen zijn op initiatief van Petrus gaan vissen, maar ze hebben de hele nacht niets gevangen. Wanneer tegen de ochtend iemand op de oever vraagt of ze iets te eten hebben, moeten ze dan ook ontkennend antwoorden. Op advies van de man aan de wal gooien ze het net aan stuurboord uit en dan is de vangst wonderbaarlijk groot. Een van de leerlingen begint te begrijpen met wie ze te maken hebben en zegt: 'Het is de Heer.' Zodra Petrus dat hoort komt hij in actie. En wat doet hij dan?
Volgens de NBG-vertaling van 1951 'sloeg hij zijn opperkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in zee.' Een vergelijkbare vertaling is in de Groot Nieuwsbijbel te lezen: Simon Petrus 'deed zijn bovenkleren aan - die had hij uitgetrokken - en sprong in het water.' En de meeste buitenlandse moderne bijbelvertalingen doen iets soortgelijks: Petrus is ongekleed en doet iets aan voordat hij het water ingaat. Het beeld dat met deze vertalingen opgeroepen wordt is wel wat wonderlijk: een naakte visser, die juist met een lang gewaad aan te water gaat. In commentaren wordt wel verondersteld dat Petrus zijn kleding aantrekt uit respect voor Jezus. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt in 21:7 heel anders:'Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op - meer had hij niet aan - en sprong in het water.' Hier is het beeld dus juist dat Petrus (enigszins) gekleed in de boot aan het werk is en zijn kleding omhoogtrekt om meer bewegingsvrijheid te hebben in het water.
Hoe verschillend deze voorstellingen ook zijn, ze zijn toch op dezelfde Griekse tekst gebaseerd. Het Griekse werkwoord dat een omdoen-activiteit aanduidt komt ook voor in Johannes 21:18. Daar wordt traditioneel vertaald 'omgorden', 'iets om je heupen binden'. In 21:7 doet Petrus hetzelfde: hij 'omgordt zich' ofwel om een kleed dat hij al aan heeft op te schorten zodat hij zich gemakkelijker kan bewegen in het water, ofwel om een kleed aan te doen en vast te binden. Ook 'naakt' is niet de enig mogelijke vertaling voor het Griekse woord dat daar staat. Het Griekse woord gumnos kennen wij nog in 'gymnastiek' en daar wordt het bekende verhaal bij verteld dat het bij de Grieken gewoonte was naakt te sporten. Maar het woord gumnos betekent niet alleen geheel naakt, maar ook 'spaarzaam gekleed'. In 1 Korintiërs 4, waar Paulus de moeilijke positie beschrijft van hem en andere apostelen, 'het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid', staat hetzelfde woord en ook hier vat De Nieuwe Bijbelvertaling dat niet op als spiernaakt: 'Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood.' Er zijn dus twee keuzemogelijkheden in Johannes 21:7 en De Nieuwe Bijbelvertaling kiest ervoor Petrus de weinige kleding die hij aanheeft op te laten schorten.
Overigens is De Nieuwe Bijbelvertaling niet de eerste vertaling met deze voorstelling van zaken in Johannes 21. In de Willibrordvertaling lezen we: 'Nauwelijks had Simon Petrus gehoord 'Het is de Heer', of hij schortte zijn kiel op - het enige wat hij aan had - en sprong in het water' en in een aantekening wordt het waarom van deze vertaling besproken. In De Nieuwe Bijbelvertaling en in de Willibrordvertaling is de reactie van Petrus op het bericht van Jezus' aanwezigheid niet dat hij zich uit beleefdheid netjes aankleedt, maar dat hij snel zijn kleding opschort en in het water springt om zo snel mogelijk bij Jezus te zijn. De keuze die hier gemaakt is uit de mogelijkheden die de brontekst biedt past goed bij het impulsieve karakter van Petrus dat we uit andere verhalen kennen.
Clazien Verheul is neerlandicus bij het Nederlands Bijbelgenootschap.
Reageren op deze column? Stuur dan een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nl.
Deze column wordt tevens gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.