'In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria.'
Zo begint het verhaal over de aankondiging van Jezus' geboorte in Lucas 1 in de NBG-vertaling 1951. Wie dit leest kan denken dat Jozef en Maria bij de ambtenaar van de burgerlijke stand aangifte hadden gedaan van hun voorgenomen huwelijk, en het druk hadden met de voorbereiding van de bruiloft. De Willibrordvertaling zegt: '... naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef'. Maria en Jozef zijn hier verloofd; het klinkt romantisch en bekend: verliefd, verloofd, getrouwd. Zouden ze een verlovingsring gedragen hebben? En was er een receptie geweest? Ook in Matteüs 1 zijn Maria en Jozef 'ondertrouwd' of 'verloofd', maar daar wordt Jozef ook Maria's 'man' genoemd. Hoe zit het nu precies met de relatie tussen die twee?
Gebruiken rond huwelijk, geboorte en sterven zijn cultureel en historisch bepaald. In een moderne variant op de drieslag boven dit stukje, die in ouderwetse meisjesboeken de samenvatting van een gelukkig leven was, zou verloofd misschien vervangen worden door 'samenwonend'. Het woord 'verloofd' roept nu andere associaties op dan een halve eeuw geleden, toen het in burgerlijke kringen gebruikelijk was te verloven met ringen en kaartjes, receptie en cadeaus. Maar ook toen was verloven vooral een feestelijke privé-aangelegenheid, zonder juridische status. En juist het juridische aspect is in de bijbel belangrijk. De term die in het Grieks gebruikt wordt, geeft aan dat men door een trouwbelofte aan elkaar verbonden is. Als Jozef hoort dat Maria zwanger is wil hij de verbintenis verbreken; hij wil haar 'wegzenden', vaak vertaald als 'van haar scheiden' (Matteüs 1:19).
Ook in het Oude Testament duidt het Hebreeuwse woord dat met 'ondertrouwd' of 'verloofd' vertaald wordt, op een status die overeenkomt met die van een gehuwde vrouw, hoewel het huwelijk nog niet daadwerkelijk voltrokken is. In de wetsteksten in Deuteronomium 22 worden verschillende seksuele misdrijven aan de orde gesteld en in vers 23-24 wordt voorgeschreven wat er moet gebeuren 'wanneer een man in de stad een maagdelijk meisje ontmoet dat verloofd is, en gemeenschap met haar heeft'; de man is schuldig 'omdat hij de vrouw van zijn naaste verkracht heeft' (Willibrordvertaling). Ook hier blijkt het bij een verloving te gaan om een verbintenis die zwaarder weegt dan wat wij ons nu bij een verloving voorstellen: het gaat om een wettelijke overeenkomst. Niet voor niets heeft de Willibrordvertaling bij 'verloofd' in Matteüs en Lucas behoefte aan een aantekening: 'Tussen verloving en huwelijk bestond geen principieel verschil; verloving betreft hier de tijd na het sluiten van de huwelijksovereenkomst voordat de bruid haar intrek nam in het huis van haar man.'
In de discussie over de juiste vertaling van deze term voor De Nieuwe Bijbelvertaling is het woord 'verloofd' afgewezen, omdat het juist de juridische aspecten die aan het begrip in de brontekst verbonden zijn, niet weergeeft. Ook het woord 'ondertrouwd' is afgekeurd: het veronderstelt een specifieke ambtelijke procedure die hier niet aan de orde is. En een vertaling met 'getrouwd' zou de vraag oproepen waarom er dan nog niet werd samengewoond. Bovendien is in Deuteronomium 22 te lezen dat er verschillende bepalingen waren voor een 'ondertrouwd meisje', een 'meisje dat nog maagd is en niet ondertrouwd is' en 'een gehuwde vrouw'.
In De Nieuwe Bijbelvertaling wordt voor de status van het meisje dat nog niet getrouwd is maar wel door een huwelijksovereenkomst aan een man verbonden is het woord 'uitgehuwelijkt' gebruikt. Deze term maakt duidelijk dat er sprake is van meer dan een vrijblijvende afspraak, en roept een cultuur op met andere gebruiken dan de moderne Nederlandse. Lucas 1:27-28 zal in de NBV dus zo klinken: 'In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.'
In Lucas 2:5 kan Maria dan eenvoudigweg als Jozefs 'aanstaande vrouw' worden aangeduid.
Clazien Verheul
Vertaalcoördinator Neerlandistiek Nederlands Bijbelgenootschap
Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad.
|
|
Overzicht van columns |