Verboden aan te raken?

Wanneer Maria in Johannes 20 ontdekt dat het graf van Jezus leeg is, wendt ze zich huilend af. Vervolgens ontmoet ze Jezus. Eerst herkent ze hem niet, ze denkt dat ze de tuinman ziet en pas als Jezus haar naam noemt, weet ze dat hij het is. Ze komt dan met een natuurlijke reactie: ze noemt hem 'rabbi', net als vroeger, en ze zoekt fysiek contact. Maar dat laatste wordt door Jezus niet op prijs gesteld.
De verschijning van de opgestane Jezus aan Maria is in de loop der tijd vaak uitgebeeld: op het internet zijn tientallen plaatjes van schilderijen te vinden. De afbeeldingen laten meestal Maria aan de voeten van Jezus zien; Jezus staat rechtop, vaak hoog oprijzend, en soms wordt met een stralenkrans of een verlicht gelaat zijn verrezen status uitgebeeld. Maria deinst achteruit of reikt juist voorover, terwijl ze haar handen uitstrekt naar Jezus. Jezus trekt zich terug, houdt zijn gewaad dicht om zich heen, distantieert zich lijfelijk van Maria's reikende handen. De nieuwe status van de verrezen Heer lijkt lichamelijk contact uit te sluiten. De afbeeldingen zijn op het internet dan ook te vinden na het intikken van 'noli me tangere', Latijn voor 'raak me niet aan'. Deze vertaling van Johannes 20:17 in de Vulgaat is volgens het woordenboek zelfs de technische term geworden voor deze uitbeelding van de verrezen Christus.
In sommige Nederlandse vertalingen zijn de woorden die Jezus tegen Maria zegt ook zo vertaald: 'Raak mij niet aan.' Maar Jezus' woorden luiden ook wel: 'Houd mij niet vast'. Deze laatste vertaling veronderstelt dat Maria Jezus al aangeraakt of vastgepakt hééft. De Griekse tekst (een gebiedende wijs met een ontkenning) kan betekenen dat de handeling waarop gedoeld wordt al plaatsvindt, maar ook wel dat die nog moet beginnen. Beide vertalingen zijn dus mogelijk. Vertalers kijken dan of de context steun biedt om een keuze te maken.
Het onmiddellijke vervolg van de tekst lijkt een reden te geven voor het verbod: 'Want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader' (NBG-vertaling 1951). Deze zin suggereert dat wel toegestaan is om Jezus aan te raken na zijn hemelvaart - precies het omgekeerde van wat je zou verwachten. Wanneer verderop in het evangelie Tomas juist aangespoord wordt om Jezus' handen en zij aan te raken (Johannes 20:27), rijst dan ook de vraag: waarom Tomas wel? Jezus is toch nog steeds niet opgestegen naar de Vader? En in het evangelie volgens Matteüs wordt verteld hoe de twee vrouwen die allebei Maria genoemd worden ook de voeten van de opgestane Heer vastgrijpen (Mat 28:9). Aanraken lijkt dus elders niet verboden te worden.
Het verder lezen van vers 17 geeft de mogelijkheid tot een ander verband: 'maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God' (NBG-vertaling 1951). Jezus zegt dat Maria naar de andere leerlingen moet gaan om hen te vertellen dat zijn opdracht pas voltooid is als hij weer één is met de Vader. Maar dan moet ze hem wel loslaten. 'Laat me los' zou de vertaling dan ook kunnen luiden, maar omdat dat klinkt alsof er ruzie is tussen Jezus en Maria, is in De Nieuwe Bijbelvertaling ook gekozen voor 'houd me niet vast'. Maar er volgt geen 'want': 'Houd me niet vast,' zei Jezus. 'Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.' Dat is een goede vertaling: het Griekse verbindingswoordje dat vaak met 'want' vertaald wordt, heeft op veel plaatsen geen redengevende betekenis en het is het beste om het hier onvertaald te laten, zodat er ruimte is voor het bredere verband.

Reageren op deze column? Stuur een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nl

Clazien Verheul, Neerlandicus Nederlands Bijbelgenootschap

Deze column is eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.