Twee Esters in De Nieuwe Bijbelvertaling

Wie aan het eind van dit jaar een editie van De Nieuwe Bijbelvertaling met deuterocanonieke boeken koopt, zal het boek Ester tweemaal aantreffen: als vertaling van het Hebreeuwse boek en als vertaling van het boek zoals het is overgeleverd in de Septuaginta, een oude Griekse vertaling van de Hebreeuwse bijbel. Dat is tamelijk uniek. In rooms-katholieke uitgaven van de bijbel worden het Hebreeuwse en het Griekse boek Ester vaak samengevoegd tot één boek, terwijl in protestantse uitgaven met deuterocanonieken vaak alleen de extra's te vinden zijn die Ester Grieks heeft ten opzichte van het Hebreeuws. Zo heeft de Willibrordvertaling een Ester waarin de beide teksten tot één boek verwerkt zijn, en de Groot Nieuwsbijbel heeft de extra stukken tekst apart in Ester (Grieks).

Het Hebreeuwse boek Ester gaat over de Joodse vrouw Ester. Zij woonde als vrouw van Ahasveros, de koning van Perzië, in diens harem. Op een dag vat een van de adviseurs van de koning, Haman, het plan op om de Joden te vernietigen. Hij krijgt daarvoor de goedkeuring van de koning: er wordt een wet afgekondigd waarin de inwoners van het Perzische rijk worden opgeroepen om op een door het lot vastgestelde dag de Joden in het rijk te doden. Het lot valt op de 13e van de maand adar. Op instigatie van haar pleegvader, Mordechai, wendt Ester haar invloed aan om Hamans plan te verijdelen. Dat lukt maar ten dele: weliswaar wordt Haman zelf gedood, maar de wet kan niet teruggedraaid worden. De Joden krijgen daarom het recht zich te verdedigen als het zover is. Uiteindelijk draait dit uit op een klinkende overwinning op 14 adar en sindsdien wordt door Joden op die dag een feest gevierd, dat Poerim heet ('pûru' is Babylonisch voor 'lot').

Misschien valt het u op dat in de samenvatting van het verhaal het woord God niet gevallen is. In het boek Ester komt God inderdaad niet voor. Dat viel ook de eerste lezers van het boek op, en het is zowel binnen het jodendom als binnen het christendom lange tijd de vraag geweest of het boek wel in de canon opgenomen kon worden. Dit is ook precies het punt waarin de Hebreeuwse en Griekse Ester danig van elkaar verschillen. De Griekse versie is een stuk langer dan de Hebreeuwse: naast een vertaling en lichte bewerking van de Hebreeuwse tekst tref je er zes grote toevoegingen aan. Het belangrijkste effect van deze toevoegingen is dat Ester en Mordechai niet meer de hoofdpersonen van het verhaal zijn, maar dat God de hoofdrol krijgt.

Al vanaf het begin van het boek krijgt God in de Griekse versie een rol. Het boek begint namelijk met een droom van Mordechai, waarin God hem zijn plannen op cryptische wijze openbaart. In de vertaling heet dit gedeelte 'toevoeging A'. Als Ester en Mordechai eenmaal van Hamans kwade plan op de hoogte zijn, volgt toevoeging C, die gebeden van zowel Mordechai als Ester bevat. Hierin vragen ze of God ze wil redden uit de moeilijke situatie. Nadat de koning het bevel heeft gegeven dat de Joden zich moeten kunnen verdedigen, is door de Griekse vertaler van Ester een brief van de koning toegevoegd, waarin deze uitlegt dat Haman een hoogmoedige schurk was die hem door een list had verleid om de Joden uit te roeien. De koning ziet nu echter in dat de Joden kinderen zijn van de 'hoogste, grootste, levende God', die de wereld bestuurt (E). Het boek eindigt met toevoeging F. Mordechai zegt daar: 'Het is God die dit heeft laten plaatsvinden. Ik herinner mij nu een droom die ik over deze gebeurtenissen heb gehad. Die droom is helemaal uitgekomen. (...) De Heer heeft zijn volk gered, de Heer heeft ons bevrijd van al dit kwaad.'

De toevoegingen en de kleinere bewerkingen van de tekst in Ester Grieks zorgen ervoor dat het eigenlijk een ander boek geworden is dan Ester Hebreeuws. Hoewel formeel alleen de toevoegingen deel zijn van de deuterocanonieke boeken, kunnen deze het beste in hun eigen context, het boek Ester Grieks, gelezen worden. Daarom is besloten in De Nieuwe Bijbelvertaling de beide Esters in hun geheel op te nemen. Nu kan dus iedereen zien hoe het boek Ester, een verhaal zonder grote religieuze pretenties, zich ontwikkeld heeft tot een echt religieus geschrift.



Rieuwerd Buitenwerf is wetenschappelijk vertaalcoördinator Nieuwe Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap

Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is gepubliceerd in het Friesch Dagblad.