Teksten lezen en vergelijken

Wie straks De Nieuwe Bijbelvertaling ter hand neemt en Hebreeuws en Grieks kan lezen, zal het waarschijnlijk niet kunnen laten de nieuwe tekst te vergelijken met de bronteksten. En voor diegenen die geen Hebreeuws en Grieks kunnen lezen, is een vergelijking tussen De Nieuwe Bijbelvertaling en andere vertalingen – de NBG-vertaling 1951, de Willibrordvertaling, de Statenvertaling of de Groot Nieuwsbijbel – interessant. Hoe luiden bekende teksten als Jesaja 7:14, Johannes 3:16 en het onzevader?


Wat staat er eigenlijk?
Het ligt voor de hand dat de nieuwe vertaling wordt vergeleken met de brontekst. Men wil immers vaststellen of de tekst in het Nederlands goed en precies weergeeft wat in het origineel staat. Terecht natuurlijk, maar hier zit wel een addertje onder het gras. Kun je met de Hebreeuwse of Griekse bijbel in de hand zeggen: ‘Dit staat in de brontekst, en dus moet het zo worden vertaald’? Nee, de brontekst is niet een objectieve grootheid zonder meer. Het Hebreeuws of Grieks is meestal op verschillende manier te interpreteren. Vertalen komt dan neer op het kiezen uit verschillende mogelijkheden, en bij die keuze speelt altijd een subjectief element mee.


Hoe wordt het gezegd?
Maar er mag van een moderne vertaling meer verwacht worden dan dat zij de betekenis van het origineel adequaat weergeeft. Hoe komen de stijl, de retorische en poëtische elementen in de vertaling uit de verf? Het is zinvol ook op die punten vertalingen met elkaar te vergelijken. Om een voorbeeld te geven: in psalm 84:6-7 staat in de NBG-vertaling 1951:
Welzalig de mensen wier sterkte in U is,
In wier hart de gebaande wegen zijn.
Als zij trekken door een dal van balsemstruiken,
Maken zij het tot een oord van bronnen;
Ook hult de vroege regen het in zegeningen.
De NBG-vertaling 1951 gaat wat poëtische stijl betreft al veel verder dan de Statenvertalers. Toch komt het poëtisch aspect moeizaam tot zijn recht. De tekst heeft een zeker ritme, maar het wisselt tamelijk abrupt. Dat maakt de tekst wat onregelmatig. Ook klankherhaling is in de NBG-vertaling 1951 wel ingezet als poëtisch middel, zoals in ‘dal van balsemstruiken’, ‘oord van bronnen’, ‘regen’ en ‘zegeningen’. Maar het klankspel is in de andere delen van deze verzen niet opvallend aanwezig.
In het project De Nieuwe Bijbelvertaling is van meet af aan rekening gehouden met de literaire kwaliteiten van de brontekst. De vertalers hebben van elk bijbelboek een analyse gemaakt van de stijl, de retorische en poëtische middelen, en zich daarbij afgevraagd hoe die tot hun recht konden komen in de vertaalde tekst. Dat heeft in Psalm 84:6-7 geleid tot de volgende vertaling:
Gelukkig wie bij u hun toevlucht zoeken,
met in hun hart de wegen naar u.
Trekken zij door een dal van dorheid,
het verandert voor hen in een oase;
rijke zegen daalt als regen neer.
Ritme en klankherhaling hebben een bijzonder effect in deze vijf regels. Het duidelijkst is dat in regel 1-2 en regel 5. In regel 1 loopt het ritme vloeiend door, aan het begin van regel 2 vindt een versnelling plaats. In deze regel ligt bij ‘hart’ het eerste accent, terwijl in de andere regels eerder een klemtoon ligt. Het is alsof het toevlucht zoeken in regel 1, te associëren met haast en spoed, op het ritme van regel 2 inwerkt. In de eerste twee regels worden terloops klanken herhaald: gelukkig-hun-toevlucht-hun, toevlucht-zoeken, u-u. In regel 5 verandert het ritme en wordt het enigszins vertraagd met de inzet ‘Rijke zegen …’ Mooi is het rijmen van zegen en regen, waarin ook de klank van ‘wegen’ uit de tweede regel even terugkomt. Het geheel is een eenvoudig, maar indrukwekkend poëtisch beeld.
Op dergelijke literaire kwaliteiten zijn bijbelvertalingen tot op heden nauwelijks met elkaar vergeleken en beoordeeld. De wijze waarop een tekst is geformuleerd, is evenzeer een aspect dat tot de bijbel behoort, en dat het dus waard is om in een vertaling fraai tot uitdrukking te komen.


Voortgaande discussie
Het gaat er bij het vergelijken van teksten niet om dat uiteindelijk de beste vertaling uit de bus rolt. Op elke vertaling is wel het een en ander aan te merken - en vertalers weten dat beter dan wie ook. Het gaat er om dat bij de tekstvergelijking de kwaliteiten van elke vertaling aan het licht komen. Die zullen ongetwijfeld verschillen van vertaling tot vertaling, en ook de waardering daarvan zal meestal van persoon tot persoon wel anders uitpakken. De discussie daarover houdt het gesprek over de bijbel gaande, en een nieuwe vertaling geeft daaraan zeker een nieuwe impuls.


Jaap van Dorp is oudtestamenticus en werkt bij het Nederlands Bijbelgenootschap.


Reageren op deze column? Stuur een e-mail naar info@/dev/nullbijbelgenootschap.nl.

 

De columns over De Nieuwe Bijbelvertaling, eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het Goede Leven zijn gebundeld in het boekje 'Lucht en Leegte. Columns over De Nieuwe Bijbelvertaling.' Dit boekje is vanaf begin oktober te vinden in de boekhandel.