Picasso in het nieuwe Jeruzalem?

Onlangs ontving het Nederlands Bijbelgenootschap een brief van een predikant over een passage in Openbaring in De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Naast veel grimmige onheilsprofetieën bevat het slot van Openbaring een verwachting van een nieuwe tijd, een nieuwe aarde en een nieuw Jeruzalem. Er wordt voorspeld dat vele volken en hun koningen naar dat nieuwe Jeruzalem toe zullen komen.
De brief ging over de vraag wat die koningen en volken komen doen in het nieuwe Jeruzalem. In moderne vertalingen zoals de Groot Nieuws Bijbel lees je in Openbaring 21:24-26 dat ze hun pracht, rijkdommen en schatten zullen binnenbrengen: 'De volken zullen bij haar licht hun weg gaan, en de koningen der aarde zullen er hun rijkdommen binnenbrengen. De poorten van de stad zullen de hele dag openstaan en niet meer worden gesloten, omdat er geen nacht meer heerst. De schatten en de kostbaarheden van de volken zullen er binnengebracht worden.'

De predikant schreef dat hij het bijzonder vond dat er in dat nieuwe Jeruzalem nog plaats was voor de schatten van de eerste aarde. Hij dacht met name aan onze cultuurschatten en noemde onder meer partituren van Mozart, gedichten van Goethe en doeken van Picasso. Deze interpretatie van Openbaring gaf hem stof voor een preek, bijvoorbeeld op Driekoningen. Maar tot zijn spijt had hij ontdekt dat in De Nieuwe Bijbelvertaling de kunstschatten 'verdwenen' waren. In de NBV lezen we namelijk in Openbaring 21:24-26: 'De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof. De poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht is het daar niet meer. De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen.' De koningen en volken brengen volgens de NBV dus geen schatten, maar lof en eer aan God.

Het Grieks, de taal waarin Openbaring oorspronkelijk geschreven is, laat beide vertaalkeuzes toe. De woorden die in de NBV met 'eer' en 'lof' zijn vertaald, betekenen soms ook 'rijkdom' of 'pracht'. Zoals zo vaak tijdens het vertaalwerk moet de vertaler hier een keuze maken. Welke Nederlandse woorden geven het best weer wat de schrijver van de brontekst beoogd heeft?

In het geval van Openbaring 21:24-26 kun je op twee manieren redeneren: aan de ene kant is er de directe context: in het Grieks worden voor 'brengen' woorden gebruikt die suggereren dat er iets concreets gebracht wordt. Ook zijn er Joodse teksten uit de Grieks-Romeinse tijd waarin voorspeld wordt hoe ooit koningen en volken geschenken zullen brengen in Jeruzalem. Die gegevens zouden kunnen leiden tot de vertaling 'rijkdommen brengen'. Aan de andere kant komen de Griekse woorden die in de NBV vertaald zijn met 'eer' en 'lof' vaker voor in het boek Openbaring, en op die andere plaatsen betekenen ze altijd 'lof' en 'eer'. Ook benadrukt de schrijver in Openbaring 21 dat er geen 'concrete' zaken meer nodig zijn in het nieuwe Jeruzalem: geen tempel, want God en het Lam zullen de tempel zijn, geen zon en maan, want God zelf zal de stad verlichten. Dat pleit voor de vertaling 'lof en eer brengen'. Voor de NBV-vertaler heeft de tweede redenering zwaarder gewogen dan de eerste.

Of de koningen en de volken volgens de schrijver van Openbaring aardse schatten zullen brengen naar het nieuwe Jeruzalem, of God zullen loven en eren, hangt af van je interpretatie van de Griekse tekst. Laten we wel in de gaten houden dat het in Openbaring gaat om beelden uit een visioen over Gods goede toekomst. Het gaat de auteur uiteindelijk niet om de details en niet om logica (is het bijvoorbeeld logisch dat er nog verscheidene koningen en volken zijn op de nieuwe aarde?), maar om het totaalplaatje. Toch moet een vertaler ook in detailkwesties kiezen, en zoals we zagen, die keuze kan ook van invloed zijn op de preek van de dominee. Want de predikant had gelijk in zijn brief: Openbaring in de NBV geeft geen aanleiding te denken dat er in het nieuwe Jeruzalem nog kunstschatten van de 'eerste aarde' te vinden zullen zijn.

Rieuwerd Buitenwerf is wetenschappelijk vertaalcoördinator Nieuwe Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad.