Sinds het verschijnen van de NBG-vertaling 1951 is in allerlei discussies over bijbelvertalen in Nederland gesteld dat een vertaling eigenlijk concordant moet zijn. En bij het verschijnen van Werk in Uitvoering 1, 2 en 3, waarin proeven van De Nieuwe Bijbelvertaling waren opgenomen, is dat geluid weer gehoord. Wie wil voldoen aan de eis van concordant vertalen moet elk woord in het Hebreeuws of Grieks steeds met hetzelfde woord in het Nederlands weergeven. De bedoeling daarachter is dat de lezer van de Nederlandse tekst in staat wordt gesteld precies te volgen hoe bepaalde woorden in een tekstgedeelte maar ook bijbelbreed als motiefwoorden functioneren. Door een concordantie te raadplegen - een boek dat vermeldt waar alle woorden in de bijbel voorkomen - kan men dan verbanden opsporen die in andere vertalingen verborgen blijven.
Statenvertaling
Velen denken dat de Statenbijbel een concordante vertaling levert. Maar niets is minder waar. Wie de concordantie van Trommius opslaat, zal het al snel opvallen dat de Statenvertalers dezelfde woorden uit de brontekst lang niet altijd op dezelfde manier hebben vertaald.
oorden hebben namelijk niet zozeer één betekenis maar een betekenisveld, waardoor het onmogelijk wordt ze in verschillende contexten steeds met hetzelfde woord over te zetten in een andere taal. Is er sprake van gelijke context en is met herhaling van een woord een bepaald literair effect beoogd, dan is een gelijke vertaling de aangewezen weg om het effect van het bedoelde stijlmiddel ook in de Nederlandse tekst te bewaren. Maar dat is lang niet altijd het geval, en er spelen in de ene tekst betekenisaspecten mee die er in een andere tekst niet toe doen. Het Hebreeuwse woord 'roeach' bijvoorbeeld heeft verschillende betekenissen zoals: wind, geest, adem, lucht, windstreek, gezindheid. En het is onmogelijk daarvoor één Nederlands woord te vinden dat in alle omstandigheden inzetbaar is. Datzelfde geldt voor het Hebreeuwse woord 'nèfèsj' dat al naar gelang het zinsverband ziel, leven, adem, verlangen, wil, persoon en ook gevoel kan betekenen.
Sjaloom
Een en ander laat zich goed illustreren aan de hand van de vertaling van het Hebreeuwse begrip 'sjaloom'. Dat woord is goed bekend in de betekenis van 'vrede'. Maar zo hebben de Statenvertalers dat lang niet altijd opgevat. Als David in 2 Samuël 11:7 van Uria wil weten hoe het er met Joab en het leger in de oorlog tegen de Ammonieten voorstaat, vraagt hij drie keer naar 'sjaloom': de 'sjaloom' van Joab, de 'sjaloom' van het leger en de 'sjaloom' van de strijd. Het is vreemd om hier drie keer met 'vrede' te vertalen. De Statenvertalers kozen voor 'welstand': 'Als nu Uria tot hem kwam, zo vraagde David naar den welstand van Joab, en naar den welstand des volks, en naar den welstands des krijgs.' In de Willibrordvertaling luidt de vertaling van 2 Samuël 11:7 zo: 'Uria kwam bij hem en David informeerde hoe het met Joab ging, en met het leger en met de oorlog.' Volgens De Nieuwe Bijbelvertaling vraagt David hoe Joab en het leger het maakten en hoe het er met de oorlog voorstond. Deze moderne vertalingen passen bij de interpretaties van 'sjaloom' zoals eigentijdse woordenboeken en commentaren die aanbieden.
Een ander voorbeeld is te vinden in Jeremia 6:14 waar de profeet Jeremia waarschuwt tegen priesters en profeten die met naderend onheil in zicht de bevolking van Juda ten onrechte geruststellen. De Statenvertalers vertaalden: 'en zij genezen de breuk der dochter mijns volks op het lichtst, zeggende: Vrede, vrede, doch daar is geen vrede.' In de Willibrordvertaling staat: 'Ze genezen zogenaamd de kwaal van mijn volk, ze beweren: "Het gaat goed! Alles gaat goed!" Maar het gaat helemaal niet goed.' Volgens De Nieuwe Bijbelvertaling houden de profeten en priesters het volk voor: 'Alles gaat naar wens.' De laatst genoemde vertalingen blijven dicht bij het beeld van de dokter die een zieke voorhoudt dat hij spoedig zal genezen.
Goed begrip
Het heeft ongetwijfeld enige zin om bij 2 Samuël 11:7 en Jeremia 6:14 te melden dat in de brontekst het Hebreeuwse woord 'sjaloom' is gebruikt. Maar het zou onjuist zijn om bovengenoemde vertalingen te bekritiseren door op te merken dat er in de brontekst van 2 Samuël 11:7 eigenlijk iets anders staat, en dat David eigenlijk vroeg naar de vrede van Joab, naar de vrede van het leger en naar de vrede van de oorlog. Want dan wordt voorbijgegaan aan het feit dat het betekenisveld van het Hebreeuwse woord 'sjaloom' niet met het Nederlandse begrip 'vrede' wordt gedekt. Dat hebben de Statenvertalers ook in de gaten gehad in het geval van Jeremia 6:14. 'Vrede, vrede' is volgens hen geen adequate vertaling. Zij verklaarden die woorden in een kanttekening met 'Het zal wel gaan'. Met andere woorden: 'vrede' levert in het gegeven zinsverband gewoon geen goede betekenis van 'sjaloom'. Om die reden is het vreemd om 'sjaloom' hier of overal met 'vrede' te vertalen. Als een Hebreeuws woord steeds met hetzelfde woord in het Nederlands is weergegeven, is dat geen garantie dat de lezers een goed begrip krijgen van de tekst. En daar gaat het toch uiteindelijk om!
Jaap van Dorp is oudtestamenticus bij het Nederlands Bijbelgenootschap
Reageren op deze column? Stuur een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nl.
Deze column wordt tevens gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.