Klaagliederen en het alfabet

Bij het vertalen streven we - de vertalers van De Nieuwe Bijbelvertaling - naar een nieuwe tekst waaraan je eigenlijk niet meer kunt zien dat het een vertaling is. De kenmerken van het Hebreeuws hebben plaats gemaakt voor kenmerken van de Nederlandse taal. Het Hebreeuws kent andere regels voor bijvoorbeeld de volgorde van de woorden in de zin, voor werkwoordstijden of voor ontkenning. In de vertaling zijn de taalregels van het Nederlands gevolgd en is, als het goed is, niets meer van de Hebreeuwse taalregels te zien. Maar wat voor dergelijke taalkenmerken geldt, geldt niet voor tekstkenmerken, zoals bijzondere elementen in de Hebreeuwse tekst die een tekst tot poëzie maken. Tekstkenmerken worden in De Nieuwe Bijbelvertaling bewaard zodat de vertaling ook in het Nederlands iets bijzonders heeft.

Acrostichon
Toch kan niet elk tekstkenmerk in de vertaling gehandhaafd worden. Het acrostichon is een literaire vorm waarbij elk vers van een gedicht met een van de letters van het alfabet begint. In het Nederlands kennen we iets dergelijks van het Wilhelmus: de beginletters van de verschillende strofen van het gedicht vormen samen niet het alfabet maar de naam Willem van Nassov. Het boek Klaagliederen is geheel op de vorm van het acrostichon gebouwd. Het boek bevat vijf klaagliederen die op een na alfabetisch zijn: het eerste lied gebruikt alle 22 letters van het Hebreeuwse alfabet, het tweede en het vierde ook, het derde lied laat telkens drie verzen beginnen met dezelfde letter, het vijfde is niet alfabetisch, maar telt wel 22 verzen. Wat voor functie de vorm van het acrostichon in de Hebreeuwse tekst heeft is niet precies bekend. Was het een vorm van versieren of had het ook betekenis? Dat wordt voor Klaagliederen wel eens gesuggereerd, zoals in de inleiding bij Klaagliederen in de Willibrordvertaling: 'De nood wordt helemaal uitgezongen', als het ware van a tot z. In gezongen versies van Klaagliederen worden deze letteraanduidingen soms ook wel meegezongen.

De vertaler staat voor de vraag hoe hij dit wezenlijke kenmerk van de tekst weergeeft. In De Nieuwe Bijbelvertaling heeft het acrostichon als tekstkenmerk recht op een plaats in de vertaling. Maar hoe? Het ligt voor de hand om een Nederlands acrostichon te maken, maar dat is niet zo eenvoudig. De vertaling zou dan de letters van het Nederlandse alfabet kunnen volgen. Dan zouden er echter heel wat kunstgrepen nodig zijn om steeds een beginwoord met de juiste letter te vinden en toch een vertaling te maken die de betekenis van de brontekst goed weergeeft. Klaagliederen 1:1 gaat goed: 'Ach, hoe eenzaam zit zij neer,' maar vers 2, dat in De Nieuwe Bijbelvertaling begint met 'Heel de nacht weent zij,' zou met een B moeten beginnen, en vers 3 'Juda is verbannen na een tijd van nood' met een C. Bovendien telt ons alfabet 26 letters en het Hebreeuwse 22.
In sommige bijbelvertalingen worden de Hebreeuwse letters in de kantlijn van de vertaling of boven de vertaling van elk vers gezet: met Hebreeuwse letters, zoals in Tanakh, de Engelse vertaling van The Jewish Publication Society, of in westers schrift, zoals in de Franse Traduction Oecumenique de la Bible. Dat laatste doet ook de Statenvertaling: 'Alef. Hoe zit die stad zo eenzaam ...', 'Beth. Zij weent steeds des nachts ...', 'Gimel. Juda is in gevangenis gegaan ...'.
In het project De Nieuwe Bijbelvertaling is niet voor deze vorm gekozen, omdat de letters in de kantlijn geen functie vervullen. Ook al zou in dit geval het acrostichon het totale karakter van de nood die de schrijver wil verwoorden onderstrepen, dan nog is die betekenis niet vertaald met een serie letters in de kantlijn van de tekst. Zo'n tekstkenmerk kan eigenlijk niet goed in het Nederlands worden weergegeven; in De Nieuwe Bijbelvertaling wordt het daarom in een noot vermeld.

Traag ritme
Voor een ander vormkenmerk van Klaagliederen is wel een bevredigende oplossing gevonden. Grote delen van de liederen hebben in het Hebreeuws een traag, enigszins slepend ritme. Ook in de vertaling is naar een dergelijk ritme gezocht in brede versregels met de nodige rustmomenten. Zo wordt het klagende karakter van de tekst onderstreept. Klaagliederen 3:1-6 luidt in De Nieuwe Bijbelvertaling:

    Ik ben de mens die te lijden heeft onder de stok van zijn toorn.
    Hij leidt mij en voert mij - in een lichtloos duister.
    Tegen mij heft hij zijn hand op, steeds opnieuw, dag na dag.
    Mijn vlees en mijn huid doet hij wegteren, en al mijn botten breekt hij.
    Hij sluit mij in en omringt me met gif en tegenspoed.
    Hij laat mij in duisternis wonen, als de doden van eeuwen her.

Reageren? Stuur een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nlClazien Verheul is wetenschappelijk coördinator neerlandistiek bij het Nederlands Bijbelgenootschap

 

Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.Deze column is gepubliceerd in het Friesch Dagblad.