De Nieuwe Bijbelvertaling is bedoeld voor het hele Nederlandse taalgebied, in ieder geval voor Nederland en voor Vlaanderen. Maar iedereen die wel eens de grens over gaat weet dat het Nederlands in Antwerpen of Brugge anders klinkt dan in Leeuwarden of Amsterdam. Klinkt het alleen anders, of is er meer aan de hand? En is dat voor De Nieuwe Bijbelvertaling dan niet een probleem?
Al hoeft er bij het vertalen van de Bijbel niet gekozen te worden tussen een 'droogkuis' en een 'stomerij', tussen 'plat water' en 'Spa blauw', er zijn wel degelijk verschillen in taalgebruik in Vlaanderen en Nederland. En al zijn er ook verschillen tussen taalgebruikers in Groningen, Limburg en Zuid-Holland, er is voor De Nieuwe Bijbelvertaling speciaal met het oog op Vlaanderen een groep Vlaamse lezers ingeschakeld, die alle teksten zorgvuldig heeft gelezen en van commentaar heeft voorzien.
Een van de eerste bijbelboeken die in het project Nieuwe Bijbelvertaling vertaald werden, was Ester. In het eerste hoofdstuk van Ester wordt verteld hoe koning Ahasveros voor de bewoners van de stad Susa een feestmaal organiseert dat zeven dagen duurt. Het is een koninklijk feest in een rijk decor: tussen purperen draperieën aan albasten zuilen kan men plaats nemen op gouden en zilveren banken. Tijdens het feestmaal is 'koninklijke wijn in overvloed'. Die wijn werd volgens de vertalers van De Nieuwe Bijbelvertaling geschonken in 'gouden bokalen', 'grote, vaak kunstig versierde drinkbekers op een voet' zegt het woordenboek - precies de bekers die bij een koninklijk feest in de oudheid zouden passen. Maar in Vlaanderen denkt men bij een bokaal allereerst aan een weckfles, of misschien aan een jampot, eventueel aan een vissenkom, in ieder geval een voorwerp van glas, en meestal van een behoorlijke omvang. Natuurlijk begrijpt die lezer ook wel dat dat in Ester niet bedoeld is, maar die eerste associatie leidt erg af en dat is niet goed. Daarom staat er nu in Ester: 'Er werd wijn geschonken in gouden bekers, de een nog fraaier dan de andere'. En die formulering geeft voor Nederlandse en Vlaamse oren de royale sfeer op het feest goed weer.
Ook voor sommige andere 'Hollandse' woorden gold dat die goed vermeden konden worden, zoals de mannetjesputter in 2 Samuël 21:20. Deze figuur 'die aan elke hand zes vingers had en aan elke voet zes tenen: vierentwintig in totaal' wordt nu aangeduid als 'een vechtjas'. Ook 'onderlangs' en 'daar komt niets van in' zijn in De Nieuwe Bijbelvertaling niet meer te vinden. Maar andere formuleringen die in Vlaanderen niet de eerste voorkeur hebben, 'zich laten voorstaan op' of 'rechtsomkeert', zijn wel blijven staan, omdat er niet altijd een bevredigend alternatief was.
Als Noömi in Ruth 1 terugkeert naar Betlehem en er bij Ruth en Orpa op aandringt dat zij teruggaan naar Moab, reageren die zeer bedroefd. 'Zij verhieven haar stem en weenden' volgens de NBG-vertaling van 1951. Een moderne Nederlander zou zeggen: 'Ze begonnen hard te huilen', want 'wenen' is voor Nederlanders een ouderwets woord. Maar zoals 'huilen' voor een Nederlander het meest gebruikelijke woord is voor het uiten van verdriet, is dat voor een Vlaming 'wenen'. Wat is de oplossing voor zo'n dilemma? De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt: 'Toen barstten zij in tranen uit'. Maar als een paar verzen verderop de vrouwen weer overmand worden door verdriet staat er: 'Opnieuw begonnen zij te huilen'. Want in Vlaanderen is wenen wel het meest gebruikelijk, maar huilen is er minder ongewoon dan wenen voor een Nederlander. Nu is in De Nieuwe Bijbelvertaling huilen een veel gebruikt woord voor verdriet, en komt wenen er af en toe voor. Zoals in Ezra 10:1: terwijl Ezra 'zich wenend neerwierp voor Gods tempel kwam er een menigte Israëlitische mannen en vrouwen en kinderen om hem heen staan. Zij huilden bitter.'
De verschillen tussen het Nederlands van Vlaanderen en van Nederland zitten niet alleen in woorden, maar ook in andere aspecten van het taalgebruik, zoals de zinsbouw. Toen er in Amos 5:2 stond: 'ze is gevallen ... en er is niemand die haar op doet staan' stelden de Vlaamse lezers voor om in plaats van deze 'Hollandse hik-stijl' het werkwoord en het voorzetsel bij elkaar te houden: 'die haar doet opstaan'. Dat kan in dit geval heel goed, maar het splitsen van voorzetsel en werkwoord, of een in Vlaanderen minder gebruikelijke woordvolgorde was niet altijd te vermijden.
In twijfelgevallen gaf de Noord-Nederlandse variant de doorslag. In geschreven taal zijn de verschillen tussen het noordelijke en het zuidelijke Nederlands de laatste decennia alleen maar kleiner geworden. Uit het commentaar van de meelezers uit Vlaanderen bleek dan ook vooral dat het Nederlands van Vlamingen ook gewoon Nederlands is. En al hebben zij gewaarschuwd voor misverstanden bij een te Hollandse woordkeus, en gewezen op een voor Vlamingen ongebruikelijke woordvolgorde, ze hebben vooral de vinger gelegd op ingewikkelde of omslachtige formuleringen, en op stijlbreuken door een te vlotte of juist te plechtige woordkeuze. Zo hebben zij meegewerkt aan een vertaling in helder, mooi, en stijlvast Nederlands - voor lezers in het hele Nederlandse taalgebied.
Reageren op deze column? Stuur een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nl
Clazien Verheul, neerlandicus bij het Nederlands Bijbelgenootschap
Deze column wordt tevens gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.