Huidvraat

Er komen elke dag nieuwe woorden bij in het Nederlands: vorig jaar 'allochtonenstop' en 'hobbykip' (op www.vandale.nl is een selectie te zien van nieuwe woorden uit 2003), 'pafpaal' in 2004. In De Nieuwe Bijbelvertaling staat ook wel eens een woord dat nog niet in een woordenboek staat, zoals 'vaandelvrouw' in Hooglied. Ook 'melaatsheid' krijgt een nieuwe woordjas. In het bijbelboek Leviticus worden de symptomen van deze ziekte beschreven: een zwelling, uitslag, of een lichte plek die dieper zit dan de het huidoppervlak en zich uitbreidt over het lichaam.
Niet alleen mensen kunnen door 'melaatsheid' worden getroffen, maar ook huizen, stoffen, en leren voorwerpen: 'Wanneer aan een kleed een plaag der melaatsheid zal zijn, aan een wollen of linnen kleed, hetzij aan de schering, hetzij aan de inslag van het linnen of van de wol, of aan iets van leder gemaakt, en indien de aangetaste plek groenachtig of roodachtig is aan het kleed of aan het leder, hetzij aan de schering, hetzij aan de inslag, of aan enig lederwerk, dan is dat de plaag der melaatsheid'. Zo luidt Leviticus 13:47-49 in de NGB-vertaling van 1951.
De diagnose 'melaatsheid' wordt in de bijbel door de priester gesteld; hij verklaart de melaatse mens of het melaatse object 'onrein'. Mensen die verdachte verschijnselen vertonen, worden door de priester zeven dagen opgesloten, en daarna opnieuw onderzocht. Wie niet genezen is moet buiten de gemeenschap wonen, en iedereen die in zijn of haar buurt komt waarschuwen met de roep: 'Onrein, onrein!' (Leviticus 13:45-46) Aangetaste voorwerpen laat de priester zeven dagen apart leggen; als de plek niet verdwenen is, wordt het voorwerp verbrand. Een aangetast huis wordt ontruimd en zeven dagen afgesloten; na die periode worden muren afgekrabd, of stenen verwijderd, en in het uiterste geval wordt het huis afgebroken.
In veel moderne bijbelvertalingen hebben de mensen die aan de ziekte lijden 'een huidziekte' of 'uitslag', terwijl de aantasting van muren of stof 'schimmel' wordt genoemd, twee verschillende woorden. Maar in het Hebreeuws lijkt niet voor niets éénzelfde term gebruikt te worden voor mensen en dingen. In beide gevallen wordt de priester te hulp geroepen, in beide gevallen volgt eenzelfde soort behandeling. Wat of wie onrein is, wordt apart gezet, uitgesloten van contact met de gemeenschap en met God. En na herstel voert de priester bij mensen en huizen een vergelijkbaar reinigingsritueel uit (zie Leviticus 14).
In de Statenvertaling en de NBG-vertaling van 1951 wordt dan ook de term 'melaats' gebruikt in alle gevallen, voor mensen, huizen, stof en leer. Ook in De Nieuwe Bijbelvertaling wilden we eenzelfde term gebruiken voor de huidaandoening en de aantasting van voorwerpen. Het woord 'melaats' vonden we daarvoor niet geschikt: bij melaatse huizen, of melaatse wol wordt de betekenis wel erg ver opgerekt. Maar er was nog een andere, belangrijker reden. Voor veel mensen is melaatsheid hetzelfde als lepra, de ziekte die nog veel voorkomt in tropische gebieden, en ook nu vaak tot sociaal isolement leidt. Melaatsheid roept associaties op met het Leprafonds en met pater Damiaen. Ook in het woordenboek van Van Dale is de eerste betekenis van melaatsheid: 'lepra, een besmettelijke ziekte door de leprabacil veroorzaakt, waarbij de weefsels worden weggevreten'. Maar de aandoening die in Leviticus beschreven wordt, is geen lepra: de symptomen en het verloop van lepra zijn anders dan de verschijnselen die in de bijbel beschreven worden. Bovendien kwam de ziekte die wij lepra noemen tot de derde eeuw voor Christus in het Midden-Oosten niet voor; en het Griekse woord 'lepra' werd voor een andere huidziekte gebruikt dan 'onze' lepra. Welke ziekte in de bijbel dan wel bedoeld wordt, is niet bekend.
Daarom is de term 'melaats' verworpen voor De Nieuwe Bijbelvertaling. Toch zochten we naar dezelfde terminologie voor mensen en dingen. Er is gedacht aan 'uitslag', of 'aandoening' en 'aantasting', maar die woorden zijn afgewezen als te algemeen en te onschuldig voor de situaties die beschreven worden. Uiteindelijk kwamen we op '(huid)vraat'. 'Huidvraat' is een nieuw, nog niet bestaand woord, maar geen onmogelijk woord: huid en vraat zijn wel bekende woorden, en je kunt bij de combinatie van die twee wel ongeveer bedenken wat dat zou kunnen betekenen. 'Huidvraat' vonden we geschikt omdat het op een specifieke ziekte lijkt te wijzen, en bepaald niet onschuldig klinkt. Het klinkt wel vreemd. Lezers van De Nieuwe Bijbelvertaling zullen vermoedelijk wel moeten wennen aan dit nieuwe woord. Maar volgens sommige onderzoeken komen er elke dag wel veertig nieuwe woorden bij in het Nederlands, die met groot plezier of met tegenzin door de taalgebruikers worden verspreid en, als het 'blijvertjes' zijn, er op den duur gewoon bij horen.

Clazien Verheul is wetenschappelijk vertaalcoördinator neerlandistiek bij het Nederlands Bijbelgenootschap

Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is gepubliceerd in het Friesch Dagblad.