Letterlijk vertalen van de Bijbel levert vaak een niet geheel te begrijpen of zelfs onbegrijpelijk resultaat in het Nederlands op. Dat komt doordat de taal en cultuur van de oorspronkelijke tekst aanzienlijk verschillen van de taal en cultuur van de Nederlandse lezers. Vooral het letterlijk vertalen van beeldspraak kan tot merkwaardige constructies leiden. Een metafoor in de ene taal kan niet altijd het beoogde effect in de andere taal hebben wanneer de ontvangers het beeld anders interpreteren dan oorspronkelijk is bedoeld. Beelden als 'het zout der aarde' en 'het licht der wereld' zijn in hun context meestal nog wel te plaatsen. Dat wordt anders wanneer de dichter van Psalm 16:5 God aanspreekt als zijn erfdeel en zijn beker. Wat kunnen de Nederlandse lezers met deze beelden?
Letterlijk vertalen
Letterlijke bijbelvertalingen hebben oude papieren. De synode van Dordrecht van 1618-1619 stelde voor de Statenvertaling vier regels op, waarvan er twee direct te maken hebben met de wijze van vertalen. Een daarvan luidt: 'Dat zij altijd bij de oorspronkelijke tekst zorgvuldiglijk blijven, en de manier van spreken der oorspronkelijke talen, zoveel de duidelijkheid en eigenschap der Nederlandse sprake kan toelaten, behouden. Maar, indien ergens een Hebreeuwse of Griekse wijze van spreken voorviel, die harder ware, dan dat ze wel in de tekst gehouden zal kunnen worden, dat zij deze aan de kant naarstiglijk aantekenen.' Het gevolg was dat er in de Statenvertaling passages staan zoals Psalm 94:20:
'Zou zich de stoel der schadelijkheden met U vergezelschappen, die moeite verdicht bij inzetting?'
Kanttekeningen
De Statenvertalers hebben kennelijk aangevoeld dat de betekenis van de tekst niet helder overkwam, en maakten gebruik van de mogelijkheid de betekenis van het vers in de kanttekeningen toe te lichten. In één daarvan wordt 'de stoel der schadelijkheden' als metafoor uitgelegd: 'Dat is, de schadelijke en goddeloze rechters (...).'
De Statenvertalers wisten wat de metafoor betekende, maar zij mochten die betekenis niet als vertaling aanbieden. Ze 'vertaalden' de vertaling in feite nog een keer in een kanttekening. Zonder kanttekeningen is zo'n letterlijke vertaling niet goed te begrijpen. Dat is een echt probleem geworden toen het meer en meer gebruik werd de Statenvertaling zonder de volledige kanttekeningen op de markt te brengen.
In de NBG-vertaling 1951 is het eerste deel van Psalm 94:20 nauwelijks duidelijker geworden: 'Hebt Gij iets gemeen met de zetel van het verderf, die onder schijn van recht onheil sticht?'. De woordkeuze mag dan iets moderner zijn, het woord 'zetel' roept in het Nederlands niet het beeld van slechte rechters op zoals in het Hebreeuws het geval is.
NBV en beeldspraak
In het project De Nieuwe Bijbelvertaling zijn afspraken gemaakt over het vertalen, die in een dik handboek vastgelegd zijn. Een van die afspraken gaat over beeldspraak: een beeld kan alleen in de vertaling worden overgenomen, als de strekking van de mededeling zinvol blijft. Zo niet, dan moeten de vertalers een vervangend beeld inzetten met dezelfde betekenis. Als een vervangend beeld niet voorhanden is, dan is een omschrijving zonder beeld nodig.
Dat is voor Psalm 94:20 de aangewezen weg. De vertaling luidt in De Nieuwe Bijbelvertaling: 'Staat u aan de zijde van verdorven rechters, / die onheil stichten in naam van de wet?' Door de betekenis van het beeld te vertalen krijgt de lezer een belangrijke steun bij het verstaan van de tekst. Het is in elk geval niet de bedoeling geweest om een letterlijke vertaling van het vers te bieden en vervolgens de betekenis van Psalm 94:20 uit te leggen in een aantekening. Ook bij het vertalen van beeldspraak geldt dat het begrip van De Nieuwe Bijbelvertaling niet mag afhangen van een toelichting in een voetnoot of aantekening. Om het eens met een Nederlandse beeldspraak te zeggen: de vertaling moet op eigen benen kunnen staan.
Reageren op deze column? Stuur dan een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nl
Jaap van Dorp is wetenschappelijk vertaalcoördinator Oude Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap.
Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is gepubliceerd in het Friesch Dagblad.
|
|
Overzicht van columns |