Een korte en een lange Tobit

Voordat je kunt beginnen met vertalen, moet je de beschikking hebben over een betrouwbare versie van de tekst die je wilt vertalen, een 'brontekst'. Nu is de tekst van de bijbelboeken keurig uitgegeven in wetenschappelijk verantwoorde boeken. Het zoeken naar een betrouwbare brontekst lijkt voor bijbelvertalers dan ook geen noemenswaardige problemen op te leveren. Maar schijn bedriegt.

De bijbelboeken zijn via vele handschriften overgeleverd. We vinden niet in elk handschrift precies dezelfde tekst. Soms zijn de verschillen zelfs erg groot. Geleerden hebben methodes ontwikkeld om de handschriften te vergelijken en aan de hand van overeenkomsten en verschillen de oudste vorm van de tekst terug te vinden. Zo zijn de officiële uitgaven van de bijbeltekst tot stand gekomen. Maar in sommige gevallen blijft het, ook voor de geleerden, moeilijk een beslissing te nemen. Tijdens je studie theologie kun je zelf met die methodes leren werken. Je leert onder meer gebruik te maken van een paar vuistregels, waaronder 'de kortere versie verdient de voorkeur'.

Wat wordt daarmee bedoeld? Als een overschrijver een tekst leest en overschrijft, en hij komt iets tegen waar hij een eigen mening over heeft, of waar hij net even een andere draai aan zou willen geven, dan verandert hij de tekst meestal niet, maar voegt iets toe. Een bekend voorbeeld is het Onze Vader, in Matteüs 6:9-13. Wij kennen allemaal het slot van het gebed als 'want van u is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid, amen.' Ook een aantal overschrijvers van het evangelie volgens Matteüs kende dat slot uit de kerk waar ze bij hoorden. In de tekst van het Onze Vader in Matteüs komen deze regels niet voor, maar overschrijvers besloten ze toe te voegen, misschien zonder verdere bijbedoeling, maar misschien ook omdat ze meenden dat de tekst van Matteüs er beter van werd. In uitgaven van het Griekse Nieuwe Testament, en ook in De Nieuwe Bijbelvertaling, vind je het slot van het gebed in een voetnoot. Hier geldt: de kortere versie verdient de voorkeur.

Maar vuistregels gaan niet altijd op. In De Nieuwe Bijbelvertaling zal de oplettende lezer daarvan een voorbeeld vinden. Wie het deuterocanonieke boek Tobit kent uit bijvoorbeeld de Willibrordvertaling, en het vervolgens in De Nieuwe Bijbelvertaling leest, zal zien dat veel verzen in de laatste aanmerkelijk langer zijn. In de handschriften vinden we van het boek Tobit twee versies die zo verschillend zijn dat ze in wetenschappelijke uitgaven allebei worden opgenomen. De keuze welke tekst je moet gebruiken, wordt overgelaten aan de lezer, en dus ook aan de vertaler.

Een vergelijking van Tobit 2:11-12 in de Willibrordvertaling enDe Nieuwe Bijbelvertaling laat duidelijk zien om wat voor verschillen het gaat.
Willibrordvertaling: 'Mijn vrouw Anna probeerde toen met handwerken geld te verdienen. Op zekere dag kreeg ze van de opdrachtgevers aan wie ze werk afleverde bij de betaling een bokje, als geschenk.'
De Nieuwe Bijbelvertaling: 'Hanna verdiende in die tijd geld met spinnen en weven. Als ze haar werk af had bracht ze het naar haar opdrachtgevers, die haar dan betaalden. Toen ze eens, op de zevende dag van de maand dystros, iets afleverde, betaalden ze niet alleen haar volledige loon, maar gaven ze haar bovendien een jong geitje uit hun kudde mee naar huis.'
De verschillen tussen de vertalingen gaan grotendeels terug op de verschillende versies van het boek. Gewapend met mijn vuistregel zou ik ervan uit moeten gaan dat de korte versie, die van de Willibrord, de oudste en origineelste is. Lange tijd is dat ook de gangbare mening geweest onder wetenschappers, en daarom zien we in de meeste bijbels een vertaling van de korte versie van Tobit. Maar in nieuw onderzoek is aangetoond dat in het geval van Tobit juist de langere versie de oudste is: een overschrijver vond allerlei details van het boek niet zo interessant, en maakte een kortere, vlottere versie van het boek. De Nieuwe Bijbelvertaling sluit bij dit onderzoek aan en vertaalt de lange versie. Jammer voor de vuistregel, maar een goede illustratie van hoe De Nieuwe Bijbelvertaling aansluit bij nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen.

Rieuwerd Buitenwerf is wetenschappelijk vertaalcoördinator Nieuwe Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad.